Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< at de krachten, die verdienen te heerschen, zich langzamerhand vestigen moeten. Men zal meer kracht oproepen, en die opgeroepene vermenigvuldigde volkskracht zal zich allengs moeten ordenen. Ik durf derhalve niet verwachten, dat wij, ten gevolge van de rechtstreeksche ver lezingen, onze gemeenteraden op eenmaal zullen zien opvullen met groote financiers, maar hierop reken ik, dat men in onze gemeentebesturen uit andere oogen zal zien dan thans, en dat men, in het ie t der openbaarheid, onder medewerking van eene verstandige burgerij mogelijk zal vinden hetgeen voor het tegenwoordige onmogelijk won t geacht. Men denke niet alleen aan invoering van middelen waarvan de invoering nu wellicht ondoenlijk wordt beschouwd door t egenen die gewend zijn aan eene andere orde van zaken, maar ook aan bezuiniging. Dezelfde menschen, sedert 10, 20, 30 jaren in een gemeentebestuur gezeten, stelden telken jare de begrooting, zonder eenige deelneming der burgerij, tot een bepaald bedrag vast, gelijk zij <> e jaren belastingen tot een bepaald bedrag zagen innen. Is het vreemd, indien zulke menschen zich moeilijk kunnen voorstellen dat men ik neem nu de hoofdstad, gelijk ik eene andere gemeente zou unnen nemen — op twee millioen een ton gouds zou kunnen bezuinigen. Maar wanneer diezelfde begrooting, diezelfde uitgaven bezien worden met andere oogen, dan vindt men wellicht nog grooter besparing mogelijk. En wanneer ik spreek van eene ton gouds, dan verzoek ik u te ïerinncren het betoog, dat uit Amsterdam tegen de voorgestelde rege > omtrent de plaatselijke belastingen is ingebracht. Die ton zou op et geheele belastingstelsel van Amsterdam van grooten invloed zijn, gelijk eene belangrijke vermindering van uitgaven van invloed zal' wezen op het stelsel van iedere gemeente, die in gelijke omstandigheden ver eert. In dit en andere opzichten zullen de nieuwe gemeentebesturen ie t en vrij eid kunnen ontdekken waar de tegenwoordige besturen enkel zien wat tot dusverre bestond.

Er kan, en ik verwacht dit, na de invoering van een nieuw gemeentebestuur, onder de burgerij een groot verschil van denkwijze zijn ten aanzien van het systema van belasting dat men zal behooren aan te nemen. Het zou wel eens kunnen wezen, dat men, geheel vrij z.jnde, hier of daar toegaf aan reactie. Men heeft tot dusverre eene klasse bezwaard, men wil nu die klasse ontheffen, men wil nu eens eene geheel tegenovergestelde wijze van heffing beproeven. Daarin komt ï ontwerp te gemoet. Zoodanige reactie wordt gebroken. Men zal door welke hartstochten ook geleid, van den beginne af in het goede spoor worden gebracht en in dat goede spoor moeten blijven. Om een e en e ij verschil tusschen de burgerij en het gemeentebestuur te s ui en, is het heilzaam, geloof ik, vaste regels nu bij deze wet voor te schrijven.

Ten slotte Mijne Heeren, verzoek ik dat gij u herinnert hetgeen ( e eer ia< vroeger, inzonderheid aan den geachten spreker uit de

Sluiten