Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soort van bestaande rechten. Mijne Heeren! dan is de wetgever geen wetgever! De rechten moeten van den wetgever komen en de rechten, die door hem niet zijn erkend, zijn geenc rechten in den Staat. Ik heb gezegd: het algemeen belang is overal; en nu heeft de geachte spreker dit zoo gelieven uit te leggen, dat ik zou bedoelen, dat het plaatselijk belang moet worden overgebracht in het algemeen belang. Ik heb gezegd: het algemeen belang is overal; dat is: de wet het Gouvernement moet het algemeen belang in iedere gemeente beschermen tegen hetgeen aan dat algemeen belang schade zoude kunnen berokkenen Maar daarom heb ik niet ontkend, dat er iets individueels in de gemeente kan zijn, en dat dit individueele kan en moet zijn de zelfstandige werkkring voor de plaatselijke besturen. Ik wil slechts niet dat in al wat plaatselijk is het algemeen belang zal zijn uitgesloten' Maar wat iedere gemeente met iedere andere plaats gemeen heeft is niet eigenaardig, dat is niet de kring van de plaatselijke besturen niet de kring van de autonomie.

De geachte spreker heeft gezegd, naar het oordeel van vele leden

dezer \ergadenng is de autonomie der gemeenten door het tegenwoordig

voorstel te zeer beperkt. Ik weet het niet en zal dit afwachten. Ik voor mij meen dat dit ontwerp geheel blijft binnen de perken van de Grondwet, maar zich bedient van die vrijheid, welke de wetgever ook volgens de (irondwet heeft en zonder welke vrijheid de wetgever de algemeene belangen niet behoorlijk zou kunnen beschermen.

De geachte spreker heeft gewaarschuwd tegen vrees voor overdrijving maar inzonderheid ook voor doordrijven. Hij heeft gewenscht, dat wij trachtten ons onderling te overtuigen. Mijne Heeren, ik wensch dit zeer; ik wensch zeer het geluk te hebben van hen te mogen overtuigen die tot dusver van een verschillend begrip waren. Maar wat den «reachten spreker betreft, ik moet zeggen nooit gevonden te hebben dat hetgeen hij wenscht dat hier plaats vond bij hem persoonlijk van werkin* is geweest. Integendeel, ik heb wel opgemerkt, dat hij ten laatste altijd terugkomt op dezelfde punten, waarbij hij was begonnen. En nu moet ik toch ook dit doen opmerken, dat wanneer van doordrijven sprake is, alsdan gesproken wordt van handelen, niet van discussie. Er werd gesproken van doordrijven, maar degene die daarvan gewaagde heeft zonder eenigen twijfel bedoeld handelen, Jfink handelen, waardoor iets tot stand wordt gebracht, natuurlijk binnen de grenzen van de wet.

De geachte spreker is geëindigd met eene vleiende betuiging te mynen aanzien. Hij heeft de uitnemende kennis van den Minister, ook weder zichtbaar in dit ontwerp, geprezen. Mijne Heeren, het is als met eene algemeene stelling, die men in den omgang gaarne toegeeft, maar waarop men bij de toepassing neen zegt. De uitnemende kennis van den Minister wordt geprezen, maar waar het aankomt op toepassing, op de regeling van de gemeentebesturen, daar is die kennis niet voldoende en zijn vooral de uitkomsten van die kennis niet voor

Sluiten