Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

burgerlijke begraafplaatsen - is geen grond, geene plaats, die gelijk kan worden gesteld met een huis, met een akker, die eene gemeente Mirgerrechtens bezit. Hetgeen daar wordt gevorderd als recht dat is volgens het zeer juiste beweren van den geachten spreker uit de hoofdstad, iets, wat voor publieken dienst door de overheid wordt gevorderd • het moet, op dien grond, als belasting worden beschouwd, ook daar' waar men dit woord in den engsten zin opvat.

Andere gelden voor het gebruik of genot van openbare gemeente-

werken vallen in dezelfde categorie. Openbare bezittingen of inrichtingen

dat is die jure publico worden bezeten, die ten algemeenen dienste zijn'

kunnen niet worden gelijkgesteld met hetgeen aan particulieren behoort jure pnvato.

Het laatst worden genoemd gelden voor het genot van door of van wege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het komt mij voor dat het volstrekt noodig was dit alles zonder onderscheid te vermelden. Mocht het blijken, dat m sommige gevallen - en die gevallen zullen inderdaad gevallen van uitzondering zijn-die loonen voor zoodanige ïensten in allen deele behooren te worden gelijkgesteld met de loonen die jure pnvato, voor eenen particulieren dienst door particulieren bewezen, gevraagd worden, dan zal de zaak geen afkeuring hoegenaamd van het Gouvernement kunnen ondervinden. Maar daarentegen zal men

door al die gelden niet op te nemen, inderdaad eene klasse van helnstingen onttrekken aan dat onderzoek, aan dat toezicht, hetwelk do Grondwet eischt.

De geachte redenaar uit Schiedam heeft gezegd, dat het niet te verwachten is, dat door de rechtstreeks gekozene vertegenwoordiging eene onrechtvaardige belasting aan de ingezetenen zal worden opgelegd.

ie redeneering zou, meen ik, te ver leiden. Hetzelfde kan tegen alle onderzoek van iedere belasting worden aangevoerd. Het is dan ook niet te wachten dat door de rechtstreeks gekozenen eenige onrechtvaardige en drukkende belasting, hoegenaamd, zal worden opgelegd maar desniettegenstaande heeft de Grondwet gewild, en zeer te recht gewild, dat in het algemeen belang zou worden voorzien. Ik ze<r- in het a gemeen belang; dat is niet alleen in het belang van het Rijk in ie algemeen, maar van iedere provincie, van iedere gemeente in het bijzonder. Kr moet geene onevenredige, geene drukkende belasting op de gemeente kunnen worden gelegd, geene belasting die de vrijheid van verkeer belemmere. Het is niet te verwachten, dat dit zou geschieden uit euvelmoed, maar het zou kunnen plaats hebben uit een verkeerd inzicht van de zaak. Do Grondwet heeft uit dien hoofde gewild, dat welken waarborg de wijze van benoeming ook geve, toch een hooger toezicht voor het algemeen belang van de ingezetenen zou waken. En nu meen ik, dat, zoo hetgeen de Grondwet beveelt ten aanzien van de algerneene regels, te geven op het stuk van plaatselijke belastingen wanneer hetgeen de Grondwet beveelt ten aanzien van goed- of afkeuring

Sluiten