Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemeenten worden verstrekt, zullen in uilen gevalle zeldzuo.ni vanwege de provincie worden verleend. Maar wat betreft de betalingen voor het gebruik van openbare provinciale werken en bezittingen, bijv. het heffen van rechten op eene vaart, op een kanaal, dat als eigendom van de provincie wordt beschouwd, daar heeft plaats de gewone verwarring, ontward, naar het mij voorkomt, door den geachten spreker uit de hoofdstad, die wel onderscheiden heeft tusschen hetgeen bezeten wordt jure publico, en hetgeen de provincie bezit jure privato. Dat de provincie vaarten of kanalen, ten aller dienst bestemd, jure privato zou kunnen bezitten, dit is, naar mijne wijze van zien, te eenen male onredelijk en met den aard van de zaak strijdig. Het is echter een betwist punt, dat, geloof ik, beslist zal moeten worden bij de wet op den waterstaat.

Wat nu betreft den geachten spreker uit Schiedam, deze heeft opnieuw gewaagd van de wik-, weeg-, meet- en keurloonen, die hij niet beschouwde als belastingen. De geachte spreker heeft herinnerd wat ik daaromtrent gezegd heb en er bijgevoegd, dat hetgeen van die wik-, weeg-, meet- en keurloonen inderdaad belasting is, uit den aard der zaak de goedkeuring zal behoeven van den Koning. Maar het verschil zal hier juist zijn wat belasting is. De geachte spreker wil, dat men zich houde aan eene definitie, die hij geeft, of die gegeven is in een door hem aangehaald boek. Het komt mij voor, dat hier vanwege de gevolgen van de wet, de wet zelve de bepaling moet geven van hetgeen zij voor belasting houdt. En wanneer de wet dat doet, dan zal zij slechts gebruik maken van een recht, dat door haar in zoo vele andere gevallen is uitgeoefend. De wet moet de definitie geven, die, hetzij strookende met den aard der zaak, hetzij zelfs volgens het gevoelen van sommigen, daarvan afwijkende, geen verschil mogelijk maakt ten aanzien van de wettelijke gevolgen. Er mag hier geen verschil van gevoelen bestaan. De geachte spreker zegt: men houde zich aan de definitie, in dat boek gegeven. Stelt, de Minister houde zich daaraan, dan zullen toch andere autoriteiten die uitlegging niet behoeven aan te nemen, die de Regeering heeft aangenomen als de ware. En hoe zal men dan tot eene beslissing komen, indien een bestuur die definitie niet aanneemt? Dan zal men hetzelfde noodlottige verschijnsel zien, dat men meer dan eens heeft waargenomen; ten minste het komt mij voor, dat het noodlottig is, wanneer dergelijke vragen ten laatste worden gebracht voor den Hoogen Raad. Dan zal een arrest van dat college uitmaken, wat al of niet belasting zij; iets wat naar mijn inzien niet onder de bevoegdheid van den Hoogen Raad of in het algemeen van den burgerlijken of strafrechter kan vallen. Eene bepaling bij de wet te geven is werkelijk de eigenaardige en tevens de kortste weg om alle verschillen af te snijden. Meermalen is er getwist over de beteekenis van een woord, in de Grondwet voorkomende; de wetgever bepaalt dan wat inderdaad do beteekenis is,

Sluiten