Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besteed is aan dit deel van het wetsontwerp, niet gedaan hebben en het Gouvernement in de gelegenheid stellen het werk opnieuw te beginnen voor een afzonderlijk ontwerp van wet. Hij vindt grond voor dat tijd laten, voor dat uitstellen, voor dat verschuiven in de bezwaren, die naar zijn inzien verbonden zijn aan het voorgedragen stelsel. Hij' heeft eenige van die bezwaren opgenoemd. Ik zal op een enkel bezwaar, dat in verband staat met de opgave gisteren door mij gedaan, antwoorden. De geachte spreker heeft vergeleken hetgeen aan opcenten op het personeel op dit oogenblik in Amsterdam wordt betaald, met hetgeen daar betaald zal worden wanneer het maximum van die opcenten zal worden ingevoerd. Het verschil zal, volgens dien spreker, f 100,000 of daaromtrent zijn; Amsterdam zou dus door de invoering van het stelsel worden gedrukt. Maar, Mijne Heeren, Amsterdam zal niet worden gedrukt. De geachte spreker zal zich daarvan kunnen overtuigen, wanneer hij gelieft te letten, niet zoozeer op het cijfer der vermeerdering, als wel op het aantal perceelen waarover de betaling van die ƒ 100,000 in het voorgedragen stelsel wordt verdeeld. Hij zal dan bemerken, dat die verdeeling plaats vindt in zulke kleine sommen als waarvan ik gisteren heb gewaagd. Ik zal daarvan nog een enkel voorbeeld herhalen. Ik heb gisteren gezegd, dat in Amsterdam het getal belastbare perceelen was 23 a 24,000, waarvan ongeveer 19,000 zijn beneden eene huurwaarde van ƒ 300 tot ƒ 350. Nu zal iemand, die met vrouw en drie kinderen een huis bewoont van eene huurwaarde tusschen de t 300 en ƒ 350, voor de meerdere opcenten op het personeel /' S.30 betalen, en wanneer hij eene dienstbode houdt, zooals men voor die klasse kan onderstellen, dan betaalt hij hiervoor nog 90 centen meer, te zamen dus ƒ 9.20. Die som wordt nog kleiner naar mate men lager afdaalt, en in zulke kleine sommen zullen nu die ƒ 100,000 over 23 d 24,000 perceelen worden verdeeld. Nu heb ik dat meerdere dat voor de opcenten op het personeel betaald zal worden, nog vergeleken met hetgeen de man minder zal uitgeven voor de behoeften van zijne huishouding, zoo de gemeente-opcenten op de verbruikbelastingen van zoodanige voorwerpen als in dergelijke huishouding worden geconsumeerd, met 100 verminderd worden; wanneer 100opcenten wegvallen, zal hij minder betalen ƒ 35.44. Dus meer ƒ 9.20, minder ƒ 35 st ƒ 36.'

Ik geloof derhalve, dat de geachte spreker, bij dat cijfer dat hij in aanmerking neemt, niet genoeg gelet heeft op het grootc getal der perceelen, waarover dat meerdere zal worden verdeeld en inzonderheid niet op den ontzaglijken druk, die tegenwoordig op alle klassen van Amsterdam s bevolking rust door de hoog opgedreven accijnsen.

lei- tegemoetkoming aan 's Ministers eerste bezwaar wijzigt de lieer Huguenin zijn amendement in dien geest, dat de door hem voorgestelde toevoeging (ot een afzonderlijk art. 241 zoude worden gemaakt.

Ik ben nog verplicht te zeggen, dat de verandering van vorm die

Sluiten