Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opT)Jit^ ar tikel 'Telf^ f " Vüor^cstekl <*« amendement

op dit artikel zelf en daarvoor twee redenen bijgebracht. Hii heeft

ooreers gezegd: er bestaat geene reden voor het onderscheidtussehen gebouwde en ongebouwde eigendommen. Mijne Heeren, mij dunkt de reden voor het onderscheid bestaat wel, cn ik meen dat de Ver' gadenng dat beginsel heeft erkend. De Vergadering heeft in art 24l" aangenomen, dat het getal van de opcenten op de grondbelasting voor de gebouwde eigendommen tot 15 en voor de^ngeZwFe toUO kon gaan. Waarom heeft de Vergadering dat onderscheid gesteld? Als ik n.j niet zeer bedrieg, op grond hiervan, dat het belang van den bezitter van gebouwde eigendommen bij het dekken van de gemeentebehoeften veelzijdiger ,s dan het belang van den bezitter van onbebouwde eigendommen. Daar nu dat verschil op dien grond en uit !ooT^ beginsel is aangenomen bij art. 241, kan het, dunkt mij bij art <M4 met wel worden verlaten. Wanneer het onderscheid, dat bi/art'241 öemaakt is, niet in acht werd genomen bij art. 244, dan zou art 241 als het ware in de lucht zweven. Het artikel zou als zonder «mmd moeten worden beschouwd. Men zou althans een beginsel hebben . angenomen, dat vervolgens wederom door de Vergadering was verlaten en wel op dat punt verlaten waar het behoorde te werken want bii' art 241 is enkel eene bevoegdheid gegeven. De geachte spreker zcat , verhooging van de opcenten op het personeel de eigenaars v" n' gebouwen zal treffen. Dat wil zeggen, dat die verhooging de bruikers van gebouwen zal treffen. De geachte spreker wil de fixiteit van de adastrale aanslagen. Het komt mij voor, dat hij dan een amendement

1 ti!TÏen 'en tegen een vroeëer artikel der wet, waarbij uitru e ij gezegd is, dat de opcenten kunnen worden opgevoerd tot een cijfer date boven zou gaan het getal, hetgeen de geafhteTpreker hier zou willen gehandhaafd zien voor gebouwde en on eCe

Wt tTkcn"' ilnneCr h6tgeen de gea(;hte spreker in de tweede plaats heeft te kennen gegeven, moet worden aangenomen, dan moet men

hebben 11 ^ Z°0Vele °peentei'' ills hiJ nu hier behouden wil hebben zullen worden opgelegd; dat het niet zal vrijstaan die opcenten

met geheel op te leggen, en dat ook niet meer opcenten zullenCd™ opgelegd De geachte spreker heeft gezegd: het zal in de uitvoering omslachtig wezen. Ja, eenig meerder werk zal het aan de ambtenaren geven, ma,r dat werk voor de ambtenaren zal ook omslachtig ^n bj de verschillende opeenten op het personeel in de onderscheidene Gemeenten. Eenig meerder werk zal men ook hier aan de ambtenaren met kunnen besparen. Dit zijn de hoofdredenen die de geachte spreker

StzrrreMhrïhijgebracht-

grijpt niet in het stelsel der wet. Ik antwoord hierop vooreerst dit wat betreft art. 244 op zich zelf. Het doel van dat artikel is zooals ik' de eer had te doen opmerken, den kring van den hoofdelijken omslag 'eperken. Maar nu zal de kring ruimer worden, wanneer men ook

Sluiten