Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bahalve die bedenkingen heb ik nog twee andere, en ik verzoek de Vergadering daaraan bijzondere opmerking te schenken. Zoodanige voorkeur aan dergelijke belasting te geven als ten gevolge van dit amendement in de wet zal worden ingevoegd, schijnt mij, dat zeer wel zou voegen in een stelsel van belastingen dat men bijv. zou hebben aangenomen voor 300 of 400 jaren. De eerste beginselen van het belastingstelsel brengen mede, dat ieder tot de behoeften van de stad, van de gemeente waar hij woont, bijdraagt naar zijn vermogen en naar het belang dat hij heeft bij de instandhouding van het geheel. Dat werd vroeger over het hoofd gezien en men belastte dus bijv. in de eerste plaats de weelde. Degene, die van zulke weelde-artikelen gebruik maakte, moest daarvoor zwaar betalen en hetgeen dan niet gevonden kon worden, ten gevolge van leges sumtuariae, werd bij wijze van gewone belasting geheven. Dien weg heeft men verlaten; men heeft het omgekeerd; men heeft in den laatsten tijd gezegd: wij vragen eerst wat op redelijke wijze kan worden gevorderd van die ingezetenen van de gemeente, die over het algemeen in staat zijn tot het dekken van die behoeften bij te dragen. Wat zal nu gebeuren ten gevolge van de aanneming van dit amendement? Dan zal in de eerste plaats van de drinkers van jenever en wijn gevorderd worden hetgeen allereerst van de totaliteit der ingezetenen moest worden gevraagd, hetgeen van die bijzondere personen slechts moest worden gevorderd, in zooverre die totaliteit tot de gemeentelasten niet kan bijdragen. Men zal dus den regel, ten aanzien van het belastingsysteem tegenwoordig gevolgd, omkeeren. Het gaat niet aan, tot dekking van de behoeften der gemeente alleen diegenen die genot willen hebben van een dergelijk voorwerp, te belasten.

Eene tweede is deze: sedert geruimen tijd is men er bij het departement van Finantiën op bedacht, sommige accijnsbelastingen uitsluitend voor het Rijk te nemen, en daarentegen andere geheel aan de gemeenten te laten, daar waar de gemeenten accijnsbelastingen mochten behoeven. Onder degenen, die men dan voor het Rijk zou willen nemen, staat het gedistilleerd bovenaan, en dit moet bovenaan staan. Wanneer men nu bij deze wet dergelijke voorkeur geeft aan het gedistilleerd, dan zou men de uitvoering van dergelijk finantiëel plan onmogelijk maken. En ook dit, Mijne Heeren, reken ik onder de voordeelen van het ontwerp, dat het niet breekt hetgeen in het vervolg, bij verandering van het systeem van Rijksbelastingen, noodig zou kunnen worden gekeurd. Maar het amendement zou het moeilijker maken, om in dat algemeen belastingstelsel grootere, heilzame veranderingen te brengen.

Ziedaar waarom, naar het mij voorkomt, ook het amendement van den geachten spreker uit Drenthe voor niet-aannemelijk moet worden gehouden.

Sluiten