Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het amendement van de l.eeren Keimlers en Hoevell wordt met 48 tegen 1.> .stemmen verworpen.

Art. 253 i). De heer Sloot tot Oldhnis wil „of ter bewaking van gebouwen of erven doen vervallen; de heer Schiller wenscht ook jachthonden onder dezen re^el te brengen.

Het komt mij voor, dat hetgeen de laatste geachte spreker verlang het vrijstellen van de jachthonden, niet wel overeenkomstig is met het stelsel van zoodanige belasting. Het stelsel van eene belastinals ten gevolge van art. 253 zou kunnen worden voorgedragen, wil dat belast worden honden, die niet ter uitoefening van eenig bedrijf van nijverheid of tot eenen wezenlijken dienst strekken, maar die men houdt omdat men gaarne dergelijke beesten om zich heeft, tot genoegen, uit weelde. En jacht, geloof ik, mag in ons Land wel onder de bedrijven van weelde worden gerangschikt. Een jachthond, waar eene gemeentebelasting op de honden bestaat, niette belasten, omdat volgens de tegenwoordige jachtwet, - eene wet, die, zoo ik hoo„ spoedig zal worden veranderd — een jachthond reeds belast is, dit zou mij voorkomen niet redelijk zijn.

Wat de bedenking betreft van den geachten spreker uit Zwol zii rust op de onderstelling, dat deze belasting wordt ingevoerd in een groot deel van onze gemeenten. Ik geloof echter, dat daarvoor de belasting met geschikt is. Het zal altijd in een klein deel der gemeenten zijn, dat deze belasting wordt ingevoerd; in die gemeenten alleen waar de omstandigheden en het heerschend begrip er zich niet tegen verzetten. Daar nu, waar men die belasting heft, die in den regel toch niet zeer productief zal zijn, schijnt er genoegzame reden te bestaan tot zoodanigen vrijdom als bij dit artikel wordt voorgesteld Vrijstelling te verleenen, wanneer honden gehouden worden ten dienste van den landbouw of eenig bedrijf van nijverheid, of wel uitsluitend ter bewaking van gebouwen of erven, dit is, geloof ik, met de bedoeling van deze belasting alleszins overeenkomstig.

Art. 25i. Maat der heffingen, genoemd in art. 238. De heer Smit becreen met, waarom op den gebruiker slechts zouden kunnen verhaald worden naar evenredigheid va» zijn genot de kosten van aanleg, onderhoud of vertrekking van het genotene, terwijl niet de waarde, die het gebruik of genot voorden betaler had, ,,, aanmerking zoude genomen worden. Mocht men ouderscheid naken tusschen de gemeente en een particulier? lier gemeente de voordeel,-n aan dergelijke .„stelling verbonden zonder vergoeding ontnemen, terwijl ,1e

liet artikel ^ °" »» -"spraak kunnen maten?

_ Z0U' zo° voorspelde men, de finantiën van sommige steden, bijv.

J) Op honden uitsluitend gehouden ten dienste van den landbouw of eenig bedrijf van nijverhe.d, of ter bewaking van gebouwen of erven, wordt geene of eene mindere belasting, dan op andere honden, gelegd.

Sluiten