Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezitten jure privato, en ik moet er bijvoegen, dit is door de Vergadering uitgemaakt bij de aanneming van art. 238, waar al deze heffingen zijn gelijkgesteld met belastingen en onderworpen aan de algemcene regelen voor de heffingen jure publico.

De geachte spreker uit Arnhem heeft zich niet wel kunnen voorstellen, hoe, hetgeen vroeger jure privato werd bezeten, vervolgens de natuur van bezit jure publico had kunnen aannemen. Ik geloof, Mijne Heeren, dat de spreker zich dat moet laten welgevallen. Dit is op duizend' punten geschied sedert de groote gebeurtenis, die de geachte spreker betreurt, maar die wij niet kunnen verhelpen. Zeer vele rechten zijn sedert de Franschc revolutie der vorige eeuw in het domein, in den boezem van den Staat teruggekeerd. Zoo is het bijv. met de veren gelegen. Wanneer er een veer is aangelegd tusschen mijn akker en den grond van mijn buurman, dan zal dat geheel in dominio privato zijn, maar wanneer het veer dient voor publieke gemeenschap, dan is het veer ten dienste van allen en dus niet in het uitsluitend bezit van iemand, wien ook. De burgerlijke eigendom brengt mede uitsluitende beschikking; en over zoodanig veer kan hij, die eigenaar heet, zoo min de uitsluitende beschikking hebben als een ander over den weg die door hem wordt geëxploiteerd. Hier geldt het de exploitatie, hier geldt het de heffing, welke gebeuren zal bij gelegenheid dat van dat veer door het publiek gebruik gemaakt wordt. En nu zal in het publiek belang, in het belang van het vervoer van personen en goederen, kunnen worden bevolen de rechten tot dit of dat bedrag te heffen, zooals nu reeds gebeurt, en aan geen tegenspraak onderhevig is. Alle tarieven moeten sedert jaren worden onderworpen aan het Gouvernement. Het Gouvernement keurt ze af, zoo het oordeelt, dat de betalingen, ingevolge die tarieven te doen, te hoog zouden zijn. Er is, sedert die, in den zin van den geachten spreker, ongelukkige gebeurtenis, een geheel ander stelsel in de plnats getreden van het oude. Men heeft gezegd: de Regeering moet waken voor hetgeen ten gebruike, ten dienste van allen is en moet blijven ; het kan niet aan den particulier overgelaten worden, eene onmatige schatting te heffen op diegenen die genoodzaakt zijn juist van zijn weg, van zijn veer gebruik te maken. Daarenboven, ik herhaal het, is het beginsel, wat de gemeenteheffing betreft, inderdaad door de Vergadering beslist, bij de aanneming van art. 238. Mijns inziens, Mijne Hoeren, en ik moet met een woord hierop terugkomen, is het beginsel, «lat gesteld wordt bij art. 254, een beginsel waarbij het algemeen belang inderdaad algemeener nog dan bij de regelen voor andere belastingen is betrokken. Bij de meeste andere belastingen geldt het de inkomsten van de schatkist, geldt het den meerderen of minderen druk op de ingezetenen van deze of gene gemeente. Maar hier geldt het eene zaak, waarvan de werking zich — waar ook dergelijke beffing plaats vinde — over het geheele land verspreidt, over alle deelen van het land die althans met dergelijke plaats in verbinding, in gemeenschap zijn.

Sluiten