Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer toegankelijk maakt, en daardoor de stad verheffen wil tot cene algerneene markt. En dan zal de stad Nijmegen niets anders doen, dan de stad Rotterdam doet, waar het veer over de Maas meer kost aan de stad dan het opbrengt. Wanneer de geachte spreker zegt, dat als gehandeld wordt volgens het voorschrift van dit artikel, de verbruiker dan meer dan thans zal moeten betalen, dan moet ik doen opmerken, dat het artikel geenszins verplichtend is, dat het de gemeente volstrekt niet verbiedt om een gedeelte van de kosten of desverkiezende al de kosten voor hare rekening te nemen, wanneer zij meenen mocht dat hetgeen haar, juist door het gemak van gemeenschap, langs andere wegen meer zal toevloeien dan de opbrengst waard is van zoodanige tollen, veren of andere heffingen hoe ook genaamd. De geachte spreker heeft ook gezegd: men moet tegenover de inkomsten van het veer te Nijmégen de uitgaven stellen. Dit spreekt van zelf, Mijne Heeren; ik heb niet tegengesproken, dat het veer te Nijmegen meer kost dan het de stad opbrengt; ik ken het niet. Maar ik heb die uitgaven der stad geheel in het midden gelaten; ik heb alleen gesproken van hetgeen de stad als belasting van dat veer trekt. Hij heeft verder gezegd: de grondslagen zijn niet goed gekozen. Mijne Heeren, ik wenschte, dat de geachte spreker, aan wiens oordeel ik steeds zooveel heb gehecht, gezegd had, welke grondslagen dan moesten genomen zijn. Er zijn hier twee grondslagen aangenomen: de kosten van den aanleg en het onderhoud, en de verdeeling dier kosten naar mate van het aandeel, dat ieder heeft in het gebruik en het genot. De geachte spreker is mij wat moeilijk gevallen, in zooverre hij de toepassing van dit artikel naar de daarin vervatte grondslagen onmogelijk tracht te maken. Hij wil alles volkomen juist berekenen en zoo met den passer afmeten, als in geen geval doenlijk is. Het spreekt wel van zelf, dat men ruim berekent welke de kosten van aanleg geweest zijn, welke die van onderhoud zijn, en er moet nog iets overblijven, want dat is noodig tot verzekering van de inrichting. Maar dit is geheel iets anders, dan om daarvan te maken eene bron van inkomsten, ver, zeer ver overtreffende hetgeen de inrichting ooit gekost heeft, of ooit kosten kan, iets dat strekken zou om het verkeer van de eene gemeente met andere te belemmeren. Ik geloof, do schroeven zullen zoo los niet zijn, als de geachte spreker uit Nijmegen meent; maar ik geloof dat men die schroeven niet zoo stroef moet laten gaan, als die spreker het zou willen.

De geachte redenaar uit Hoorn heeft bij herhaling gezegd, dat de uitwonende personen niet bijdragen. Maar, Mijne Heeren, dit is inderdaad wel het geval met de meeste rechten en heffingen, welke het hier geldt. De geachte spreker komt altijd op zijn waagrecht terug, maar wij hebben hier niet enkel met zoodanig recht, wij hebben hier met zeer vele andere rechten te doen, waarvan de meeste bij art. 238 opgenoemd, juist betaald worden door personen, die niet

Sluiten