Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingezetenen zijn van d§ gemeente. Zoo even nog heb ik een voorbeeld bijgebracht, waar juist de ingezetenen van de gemeente waren vrijgesteld. J

Mijne Heeren, in art. 27 van de publicatie van 20 December 1805 is het volgende voorgeschreven: „Daarenboven zullen de gemeentebesturen met inachtneming van art. 15, naar hun beste goedvinden volgens de plaatselijke omstandigheden, vermogen te heffen wee-' straat-, brug-, kaai- kraan- en sluisgelden of dergelijke, van of voor het gebruik van welke het onderhoud en de bekostiging aan de steden en plaatsen incumbeert; des nochtans, dat dezelve de kosten van aanleg en onderhoud van zoodanige werken of objecten niet te boven gaan, en in geenerlei manieren tot eene belasting op den in- of door voer aanleiding kunnen geven," enz. Ziedaar bet beginsel, dat ik in de wet opgenomen wensch te zien. De rechten en loonen, waarvan bier sprake is, zouden anders uit hun aard en door hunne werkin* beurtelings worden eene patent-belasting, eene verbruik belas tin* of rechten op den uit- en doorvoer. Dit is niet te vermijden, tenzij men de regels stelle, welk in dit artikel zijn gegeven. Dan alleen zullen zij niet in eene dier soorten van belasting kunnen ontaarden. En nu geloof ik, dat de wetgever, wanneer van de Regeering gevraagd wordt matiging, afschaffing van kanaalgelden, veergelden enz., wel bevoegd ja verplicht is te zorgen dat datgene wat de Regeering ten nadeele van de algemeene staats-inkomsten, maar inderdaad in het publiek belang moet wegnemen, niet ten gevolge van het belang van gemeenten om aldus geld te maken, op duizend plaatsen worden hersteld, dat met op die wijze, strijdig met het publiek belang, inderdaad in de bijzonderheden verijdeld worde de bereiking van het groote doei dat de Regeering van den Staat gemeend heeft zich met de opoffering van de publieke inkomsten te moeten aantrekken.

Art 2o5. Afwijking, uit hoofde van bijzondere omstandigheden, van dein de artt. -*4, 2tb, 250 en 254 eerste zinsnede gestelde regels. Volgens het ontwerp waren de steden in wier belang kon worden afgeweken door bijzo,.(ere wetten aan te wijzen. De heer Schooneveld veroordeelt het artikel ®mdat het, z.i., voorstelde eene inmenging, in strijd met de Grondwet van den gewonen wetgever in de wetgeving der gemeenten. Hij stelt een amendement voor, dat de strekking heeft den koning vrij te laten de wettelijke regels naar goedvinden al dan niet na te leven. Volgens de toelichting, door hem tot het amendement gegeven, moest het dienen om aan den dwang, gelegen in de rangregeling door de vorige artikelen vastgesteld, te ontkomen. Het amendement .n strijd met de Grondwet. Wenschelijkheid ook de artikelen 242 en 249 in het artikel aan te halen. Het artikel werd, verweet de heer Groen van Pnnsterer, te elfder ure voorgesteld, uit vrees dat het ontwerp anders met mocht worden aangenomen.

Tk heb vooreerst mijne meening te verklaren ten aanzien van het door den geachten spreker uit de residentie (den heer Schooneveld)

Sluiten