Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het oogenblik zelf hunner invoering tevens de keuze van nieuwe ambtenaren zal moeten gebeuren. Niet gedwongen, zal men het oog richten naar hen, van wie men de hulp zal kunnen erlangen, die men zal behoeven. In het archief, in de secretarie of in een ander bureau personen te plaatsen, met de zaken geheel onbekend, hiertoe zullen de nieuwe autoriteiten, zelve nog vreemd in de zaken, zeker niet zoo licht komen.

Het publiek belang, dunkt mij, brengt mede, dat van den beginne de volle werking der nieuwe gemeentebesturen verzekerd zij. Van het eerste oogenblik van hun nieuw leven hangt zeer veel af. Men zal in den regel goeden wil hebben en van dien goeden wil, van den eersten ijver moet, geloof ik, partij worden getrokken. Zoo nu echter de gemeentebesturen gedwongen worden aan den leiband te blijven van die ambtenaren die de praktijk verstaan, die de geheimen van de administratie alleen kennen, zal men aan de eene zijde den moed verliezen, en aan de andere zijde worden aangespoord tot een verzet, dat niet in het publiek belang van de gemeente kan zijn. Het zal er op aankomen dit te keeren, zooals de wet heeft getracht te doen. Eene zachte wending is ook hier verkieselijk. De vrijheid zal zoo nadeelig niet zijn voor hen, die tot dusver de werktuigen der administratie waren, en zij zal er aan den anderen kant toe leiden, dat men zich van de deugdelijkheid dier werktuigen verzekere. Ook daar, waar de tegenwoordige werktuigen minder deugdelijk mochten zijn, zal men er zich toch eerder van bedienen dan van nieuwe personen. Daarentegen, zoo men de vervanging der plaatselijke ambtenaren uitstelt, zoo men daarvoor eenen tijd laat, gedurende welken die personen zich in een voorloopigen toestand zullen bevinden, dan zal men de deur openen voor allerlei kuiperijen; aan de eene zijde van die ambtenaren die zullen trachten te verdringen; kuiperijen, waarvoor men geen tijd, geene ooren zal hebben, wanneer de keuze plaats heeft, zooals de wet wil.

Nog eene bedenking. Aan het beginsel van de wet wordt door het amendement te kort gedaan. De wet zal, volgens het amendement, voor een zeer aanzienlijk, voor een zeer krachtig gedeelte, gedurende een of twee jaren, niet worden uitgevoerd. Wanneer voor zoo iets zeer degelijke redenen van publiek belang bestaan, wanneer de dadelijke uitvoering voor dat deel onmogelijk mocht zijn, is, geloof ik, de wetgever daartoe alleszins bevoegd. Maar ik kan die redenen niet zien; ik vind integendeel èn in het publiek belang èn in het particulier belang van die personen, voor wie men zorgen wil, veel meer grond om aan de gemeentebesturen aanstonds vrijheid te laten, dan om het recht van benoeming gedurende één of twee jaren uit te stellen.

Ik heb niets meer bij te voegen tot betoog van het advies, dat ik aan de Vergadering onderwerp. Ik kan niet adviseeren om het amendement op te nemen in de wet; ik kan niet adviseeren om aan de

Sluiten