Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Diezelfde behoeften zullen ook in de gemeenten worden gevoeld, en wettelijke dwang — want dit is het wat men verlangt — kan dus niet meer noodig zijn. Wat meer is, dwang, zooals, volgens het amendement, door den wetgever aan de gemeentebesturen zou worden opgelegd, zal, zonder eenigen twijfel tegen de bedoeling van de voorstellers, voor de betrokken personen nadeelig werken.

De heer Meeussen voegt aan zijn amendement eene zinsnede toe, waarbij 'sRaads onverkort recht tot schorsing en ontslag der ambtenaren werd uitgedrukt.

Ik laat nu al de redenen, die ik ter bestrijding van het amendement aan de Vergadering heb voorgedragen, daar. Ik kome er niet op terug, maar moet ten aanzien van het nu gewijzigde amendement, door den geachten spreker uit Noordbrabant voorgesteld, wederom opmerken dat het niet volledig is. Het amendement spreekt alleen van het recht van den Raad. Wordt het aangenomen, dan zal dus, wanneer de burgemeester de benoeming heeft volgens de wet, aan die, door den burgemeester benoemde ambtenaren, het privilegie, gedurende een bepaalden tijd niet geschorst of ontslagen te kunnen worden, verblijven. De burgemeester zal niet kunnen schorsen noch ontslaan. Het amendement is in het stelsel van den voorsteller zeiven niet aannemelijk.

De heer Meeussen verbetert zijn amendement.

Het amendement is, in het stelsel dat ik bestrijd, nog altoos niet volledig. Er zal nog eene bijvoeging noodig zijn. Het amendement spreekt niet van het recht van den burgemeester op zich zeiven. Intusschen wordt deze, ook als zelfstandig ambtenaar, door de wet tot benoemen en ontslaan geroepen. Men zal dus moeten lezen, burgemeester en burgemeester en wethouders en den Raad. Dan is de burgemeester, als zelfstandig ambtenaar, niet uitgesloten.

Na ile/.e bijvoeging maakte de heer van Eek van het door hem gesubamendemendeerde eerste lid van het amendement van den lieer Meeussen een af/onderlijk amendement. Tweede amendement van den heer v. Kek, waarbij de uitsluitingen voor burgemeester, secretaris en ontvanger in de wet gesteld, niet toepasselijk worden verklaard op die functionarissen, die reeds bij het in werking treden der wet hun ambt bekleedden, tenzij de reden tot uitsluiting eerst na dat tijdstip mocht zijn ontstaan.

Ik zal met een enkel woord te kennen geven, dat dit amendement mij niet aannemelijk voorkomt, in zooverre het bedoelt, dat bij herbenoeming de regelen van de wet niet zullen gelden. Die regelen zullen, volgens den voorsteller, bij herbenoeming niet behoeven te gelden, enkel in bijzonder belang. Ik geloof dat het publiek belang medebrengt dat de wet vooral op dit punt spoedige en volledige uitvoering erlange.

Het amendement van den heer Meeussen wordt met 47 tegen 17, het eerste amendement van den heer van Eek met 40 tegen '24, en het tweede met 'XI tegen 25 stemmen afgekeurd.

Sluiten