Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulke uitgaven alleen zou de wet waarborg moeten geven, dat ze op de gemeentebegrooting wierden gebracht. Maar ik meen, dat de taak van deze wet ook is te verzekeren het brengen op de begrooting van zoodanige uitgaven die noodzakelijke voorwaarden zijn van eenen ordelijken gemeentedienst. En hier kom ik terug tot het algemeene beginsel, dat deze wet beheerscht, dat de macht van het geheel — en die macht wordt uitgedrukt in deze wet — moet zorgen dat ieder deel blijve in zijn staat en aan zijne bestemming beantwoorde, hetgeen volstrekt niet uitsluit vrije beweging op het gebied dat individueel is.

De geachte spreker heeft vervolgens aanmerkingen gemaakt op het stelsel van belastingen en inzonderheid op de tabel. Hij heeft gezegd, dat volgens de erkenning van alle ervaren staatshuishoudkundigen eene opklimmende schaal van belastingen verderfelijk is. Mijne Heeren, ik geloof dat het nog gevaarlijker is zich in zaken van staatshuishoudkunde op de leer, dan bij toepassing der Grondwet op den uitleg van den een of ander te beroepen. Er zijn zeer bekwame staathuishoudkundigen , die geenszins toegeven hetgeen de geachte spreker voor zoo onbetwistbaar houdt. Maar wij hebben daarmede nu niet te doen. De vraag is eenvoudig, of de reden niet goed is, voor die opklimming in de Memorie van Toelichting gegeven. Ik moet er bijvoegen — hetgeen door den geachten spreker niet zal worden betwist, — dat het juist de minvermogenden zijn in wier voordeel deze schaal is ingericht. En nu geloof ik, dat het, daar de minvermogenden in de accijnsen evenredig zooveel meer betalen dan de vermogenden, niet dan billijk en rechtvaardig is dat door de minvermogenden iets minder in deze belasting betaald worde.

De geachte spreker heeft, gelijk ook de geachte spreker uit Noordholland die het laatst het woord heeft gevoerd, bezwaar gevonden in art. 130. Een bezwaar, vooreerst hierin bestaande dat de regels, daar voorgeschreven, de wetgevende macht zullen binden. Mijne Heeren, de wetgevende macht kan daardoor niet worden gebonden; de regels, daar gegeven, zijn niet aan de wetgevende macht, mnar voor de voorloopige instructie gegeven. De wetgever zal vrij zijn. De wet, die den wetgever wilde binden, zou als niet geschreven moeten worden beschouwd; want de wetgever heeft het middel om zich vrij te maken. Het blijkt ook uit den inhoud van het artikel zeer duidelijk, dat het de bedoeling niet geweest is om door deze voorschriften den wetgever te binden. In de tweede plaats heeft de geachte spreker, en dit was voor hem een hoofdbezwaar, in dit artikel gezien eene onteigening buiten de regels van de Grondwet, zoodat hier, volgens hem, de Grondwet wordt geschonden. Indien ik van verre in zoodanige opvatting deelde, ik zou iets dergelijks niet hebben voorgedragen. De geachte spreker zal mij veroorloven te beweren, dat ik in mijne zienswijze de Grondwet niet schend, maar grondwettig handel, de zaak anders begrijpende dan hij. Ik begrijp,de zaak aldus: de gemeente is gronddeel

Sluiten