Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Staat. De geachte spreker beweerde, dat de gemeente meer is dan onderdeel van den Staat. In allen gevalle, het leven of de dood van dat deel hangt van de wet af en daarmede gaat hetgeen vast is aan dat deel, eigendom of recht, over in datgene, waarin dat deel wordt ontbonden en dat tot dusverre niet bestond. De gemeente wordt niet vernietigd, dan om op te staan in eenen anderen vorm, en de nieuwe gemeente, waarin de vroegere gemeente is ontbonden, zal dan bezitten hetgeen tot dusverre afgezonderd aan de vernietigde gemeente behoorde. Ik moet ook hierop de aandacht vestigen, dat men hetgeen eene gemeente bezit jure privato niet in allen deele gelijk mag stellen met hetgeen een particulier jure privato bezit. Al hetgeen de gemeente jure privato bezit, is ondergeschikt aan hare bestemming als publiek lichaam. Ik durf den geachten spreker uit Gelderland niet volgen in zijn betoog, dat er na de vereeniging eener gemeente met eene andere nog iets van de vernietigde gemeente zou overblijven, hetgeen recht zou hebben op de eigendommen die tot dusverre aan de ontbondene gemeente behoorden. Dit begrip rust, mijns inziens, op eene verwarring tusschen hetgeen de gemeente is als eenheid, als universitas, en de gezamenlijke ingezetenen der gemeente, wier bijzonder recht door deze gemeentewet, zoover het in hare macht ligt, wordt gewaarborgd.

Ik zal niet treden, Mijne Heeren, met den geachten spreker uit Noordholland, die het laatst het woord heeft gevoerd, in een twist over hetgeen hij verlangd heeft van hen, die hij noemde volksvrienden en aan wie hij meer staathuishoudelijke kennis toewenschte dan zij tot. dusverre aan den dag hadden gelegd. Bij die gelegenheid heeft de spreker ons eene staathuishoudelijke les gehouden, en ons opmerkzaam gemaakt dat het er niet op aan kwam of het brood duur was dan goedkoop, maar alleen of er veel werk was. Ik geloof dat die spreker zich daarbij niet de vraag heeft voorgesteld of er bij duur brood veel werk zal zijn.

Ik heb dit ontwerp van gemeentewet door verscheiden personen hooren noemen eene goede, krachtige, gouvernementeele wet, en wel door hen, die tot dusverre het woord vrijheid niet in hunne banier geschreven hadden. Daarentegen heb ik ontwaard dat dit ontwerp bij hen, die met mij in vrijheid krachtontwikkeling zien, bijval heeft gevonden. En wanneer ik nu naga dat zij, die tot dusver bekend waren als vrienden van gouvernement, en niet juist als vrienden van vrijheid, het gouvernementeele karakter van deze wet prezen, maar meerdere vrijheid verlangden, dan deze wet geeft; en dat aan de andere zijde de wet genoegen gaf aan hen, die steeds de bevrediging van de eischen van de vrijheid voorstonden, dan zou ik gelooven, dat het kan geoorloofd zijn daaruit het besluit — een besluit dat ik zelf niet trekken wil — op te mnken: dat dit ontwerp de eischen, van twee zijden gedaan, op eene niet ongelukkige wijze vervult. Dat de wet beschouwd kan worden als eene goede wet van

Sluiten