Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vervolgens, na hiermede zijn voordeel te hebben gedaan, na door een nieuw en herhaald onderzoek van hetgeen hij te voren reeds overlegd had, tot de vaste overtuiging van de aannemelijkheid van zijn ontwerp gekomen te zijn, den Koning zijn voorstel doet. Ik heb gezegd en ik meende den geachten spreker daarmede volkomen gerust te stellen dat ik nooit, wien ook van mijne ambtgenooten, in mijne verantwoordelijkheid gewenscht zou hebben te betrekken, zoover hier van verantwoordelijkheid sprake kan zijn, voor de voorstellen, die met mijn naam geteekend aan de Kamer zijn onderworpen. De eischen van den geachten spreker strekken echter nog veel verder. Wanneer men er aan wil gehoorzamen, zal het niet genoeg zijn het eerste ontwerp van wet in den Ministerraad te overleggen. Iedere wijziging zoude eerst in den Ministerraad moeten komen. Gelijken eisch heb ik wel eens in den vorm van twijfel door den geachten spreker hooren opperen, dat de wijzigingen in een voorstel van wet, van Koningswege ingediend, ook in den Raad van State behoorden te zijn gebracht. Ja, wanneer men veel tijd heeft, dan kan zoo iets misschien wenschelijk geacht worden, maar hij die wenscht en verplicht is te handelen, die de voorwaarden om iets tot stand te brengen heeft overdacht, moet en het een èn het ander voor onaannemelijk verklaren.

De heer van Goltstein wenscht andermaal over de ministerieele homogeniteit het woord te voeren. Nu daarover beschouwingen in de discussiën gemengd werden, meent hij, moet hem de gelegenheid openstaan, zijne bedenkingen tegen 's Ministers stellingen te uiten.

Ik heb eens gelezen dat in de laatste jaren van de regeering van ''Odewijk XIV ergens de vraag opkwam: wanneer de Vorst den troon had beklommen. Men antwoordde: het is zoo lang geleden, dat men het zich niet meer herinnert. Zóó is het ook met den vorigen spreker: hij herinnert zich het begin niet meer der discussie. De geachte spreker heeft zich niet herinnerd, dat de beschouwingen over de ministerieele aansprakelijkheid in de eerste plaats van hem zijn uitgegaan, en dat hij mij verplicht heeft te antwoorden; welk ongelukkig voorbeeld toen gevolgd is door den geachten spreker uit de residentie, die mij tot mijn leedwezen ten tweeden male noopte over dit onderwerp, buiten de orde, het woord te voeren.

18 .luli. Naar aanleiding van het Verslag der Commissie belast met liet onderzoek der Rekening van ontvangsten en uitgaven van het bijzonder fonds tot voldoening der uitgaven voortvloeiende uit de kolonisatie van behoefteen in de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid.

Mijne Heeren! Ik heb de eer gehad, door tussehenkomst van uwen Voorzitter gisteravond mededeeling te ontvangen van een besluit der

Sluiten