Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belanghebbende wordt de onteigening met de overigen voortgezet." De heer de Man ziet er bezwaar in, dat enkele tegenspraak de tusschenkomende party terstond buiten het geding zoude brengen. Zal in zoodanig geval, b.v. de hypotheekhouder, door couniventie tusschen de onteigenende partij en den eigenaar, niet gemakkelijk benadeeld kunnen worden? Zijn onder de derde belanghebbenden, in art. 30 genoemd, ook begrepen zij, die tengevolge van art. 3 werden afgewezen ?

Ten aanzien van de bedenking van den laatsten spreker moet ik antwoorden, dat de registers of leggers van het kadaster de meest volledige stukken zijn, die men op dit oogenblik heeft om den staat der eigendommen en de eigenaars van vaste goederen te kennen. Er is geen publiek stuk, in dat opzicht, met de leggers van het kadaster te vergelijken; het zijn nog geene volledige grondregisters, maar zij naderen daartoe meer dan eenig ander publiek register. Ik heb eerst gedacht, of men wellicht de registers van overschrijving kon nemen, maar ik ben daarvan teruggekomen. Ik heb mij gewend tot den Minister van Finantiën, om ingelicht te worden omtrent de wijze en den spoed, waarmede, in den regel, in de registers van het kadaster en in de gewone registers van overschrijving veranderingen worden opgenomen, en ik heb mij overtuigd, dat zoo men eene vermoedelijke aanwijzing, waarop men wil afgaan, verlangt, men dan geen ander dan het kadastrale register tot grondslag zal kunnen nemen.

De geachte spreker uit Nijmegen is teruggekomen op het bezwaar, diit in het verslag tegen de derde alinea van art. 3, inzonderheid tegen het gevaar van conniventie geopperd is. Gesteld, dat gevaar van conniventie ware dikwijls te vreezen, dan zou daartegenover gesteld moeten worden het grooter bezwaar, dat men de eenvoudigheid en den termijn van de procedure niet meer in de hand zal hebben. Zoodra de tusschenkomende partij, wier hoedanigheid wordt tegengesproken, in de procedure kan blijven, is de loop van de procedure te eenen male onzeker. Ik zeg dit in de onderstelling dat het gevaar van conniventie veeltijds te vreezen ware, maar ik geloof dat dit zeldzaam zal wezen. Want ik vraag het: waarom zal iemand die in het hier bedoelde geval verkeert, het laten aankomen op eene procedure? Waarom zal die man niet bij overeenkomst zijn goed afstaan?

Op hetgeen de spreker uit Nijmegen in de tweede plaats heelt aangemerkt, moet ik antwoorden, dat derde belanghebbenden in art. 36 bedoeld, ook zijn degenen, die mochten zijn afgewezen ten gevolge van de laatste alinea van art. 3, omdat hunne hoedanigheid betwist is. Ook deze kunnen hunne belangen doen gelden gedurende den termijn, waarvan in art. 36 sprake is.

Behooren onder eigenaars ook zij die op het kadaster vermeld staan als „consorten"? Zullen dezen worden opgeio^pen ?

Het is de bedoeling van het ontwerp van wet, dat, bij genieenen eigendom, ook de mede-eigenaren zich zullen kunnen doen gelden

Sluiten