Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden aangewezen en een begin met de uitvoering kan worden gemaakt. Die willekeur wil de geachte spreker geweerd hebben, zooals het ontwerp dit doet; maar hij komt op in het voordeel van liem, die het werk wil ondernemen. Hoe is de gang der zaak, Mijne Heeren.'' Hij, die het werk wil ondernemen, moet zich wenden tot het Gouvernement. Hij moet van het Gouvernement de concessie verkrijgen, om het werk ten uitvoer te leggen. Zal nu bij de onderhandelingen tusschen hem, die wil ondernemen, en de publieke autoriteit, niet gelet worden op eenigen waarborg voor het geval, dat het Bestuur den gestelden termijn ongebruikt heeft laten verloopen? Mij dunkt, dat i9 niet twijfelachtig, en mocht er niet op zijn gelet, mocht de verwaarloozing van beide zijden zoo ver zijn gegaan, is er dan voor zoodanigen persoon, die de concessie en door de concessie zekere rechten tegenover het Gouvernement verkregen heeft, geen middel om den Staat aan te spreken, en zal het gevolg van die aanspraak niet terugkomen op den Minister, die den gestelden termijn niet in acht genomen heeft? Ik geloof dus dat in deze bepaling geen bezwaar gelegen kan zijn.

De heer SchooneveUi komt terug.

Ik meen, dat er een misverstand plaats heeft. De geachte spreker zegt, de wet zal uitgevaardigd kunnen zijn op naam van eenig bijzonder persoon, die ondernemer is. Maar met den naam van den ondernemer heeft de wetgever niets te doen. De wet verklaart alleen, dat dit of dat werk een werk is van algemeen nut en dat ten behoeve van dat werk zal kunnen worden onteigend. Nu is de naam van den man, die wellicht het werk uitvoert, geheel daarbuiten. Die man is er misschien nog niet; misschien wordt het werk onmiddellijk door het algemeen Bestuur uitgevoerd.

De naam van den persoon, den partikulier of van de vereeniging, belast met de uitvoering van het werk, komt eerst dan te pas, wanneer onteigend zal worden, en er kan eerst tot onteigening worden overgegaan, nadat het besluit is genomen, waarbij de te onteigenen perceelen worden aangewezen.

De spreker doelt waarschijnlijk op art. 2, waar men leest: „In dat publiek belang kan ook ten name van bijzondere personen of vereenigingen, aan wie de uitvoering van het werk, dat onteigening vordert, is toegestaan, worden onteigend." Maar dan wordt door het Gouvernement de uitvoering van eenig werk toegestaan, waarvoor de onteigening eerst later kan plaats hebben. Die onteigening zal nu gebeuren op naam van den concessionaris, maar die concessionaris heeft niets te doen met de wet, maar alleen met het besluit, waarvan hier sprake is en dat tijdig moet genomen zijn, zoo de wet niet zal vervallen.

Sluiten