Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moet men, vraagt de lieer l.otsij, indien er verschil is tussclien de kadastrale leggers en de beschrijving der perceelen in de teekeningen en plans, zich aan deze laatste houden? Indien tussehen het opmaken van het plan, ingevolge art. 6, en de aanwijzing, in art. 14 genoemd, eigendomsoverdracht plaats had, moet men dan in het geding zich houden alléén aan de namen der eigenaars, zooals zij in het Koninklijk besluit voorkomen? De heer van Lynden komt op tegen de uitdrukking: „vervalt de wet". Dit is, zegt hij, in strijd met de wet houdende algemeene bepalingen enz.

Welke waarde men aan de algemeene bepalingen van wetgeving hechte, ik geloof toch niet, Mijne Heeren, dat de geachte spreker zelf, die het laatst het woord heeft gevoerd, die zou willen gelijkstellen met de Grondwet. En wanneer die algemeene bepalingen geen kracht van grondwet hebben, dan kan, geloof ik, niet worden betwist, dat de wetgever kan zeggen, zooals hier gezegd wordt, dat eene wet zal vervallen, wanneer namelijk de aard van do zaak die uitdrukking rechtvaardigt. Het andere middel, dat volgens den geachten spreker te baat zou moeten genomen worden, de intrekking der wet door eene volgende wet, — dat middel, hier toegepast, zou, geloof ik, aanleiding geven tot grooten omslag.

De laatste opmerking van den geachten spreker uit Dordrecht is, geloof ik, des te juister, daar hetgeen in nrt. 6 wordt voorgeschreven enkel betrekking heeft tot het voorloopig onderzoek, en de uitkomst van dat voorloopig onderzoek tot een plan kan leiden, hetgeen van het oorspronkelijk plan, van de oorspronkelijke teekening grootelijks afwijkt. Men moet zich dus, geloof ik, zonder eenigen twijfel houden aan die namen, die in het Koninklijk besluit zijn gesteld. Wat de eerste opmerking van denzelfden geachten spreker betreft, ik geloof, dat hij volkomen gelijk heeft. Ik geloof met hem, dat men beter doet, wanneer er een verschil mocht zijn van cijfers tussehen de plans of kaarten en de schriftelijke aanwijzing, zich te houden aan de plans en kaarten. Eene fout op die plans of kaarten zal zich, ik houde het daarvoor, beter doen zien dan eene fout in de schriftelijke aanwijzing. Dit te betrachten bij verschillen, zal, geloof ik, eene goede, richtige uitvoering van de wet zijn.

De lieer v. Dam v. Isselt komt nader terug op het door den heer Schooneveld geopperde bezwaar.

Op die kosten, waarvan de geachte spreker uit Gelderland nu gewaagt, heb ik zooeven bij mijn antwoord aan den geachten spreker uit de residentie, juist gedoeld. Te dien aanzien zullen, wanneer het noodig voorkomt, door den concessionaris zonder eenigen twijfel voorzorgen worden genomen. Het kan gebeuren, dat de concessionaris zelf belang heeft, dat het werk niet worde uitgevoerd. Hij vindt bijv. later bezwaren in omstandigheden, die hij vroeger niet voorzien heeft; hij wil dan zelf de kosten dragen, die de Staat (volgens de artikelen die

Sluiten