Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de wet zal, indien het amendement wordt aangenomen, eene verandering moeten ondergaan.

Het amendement van den heer Ypeij wordt met 48 tegen 12 stemmen verworpen.

Art. 18. Verband tusschen het tweede lid van dit artikel en het eerste lid van art. 21? Wanneer later blijken mocht, vraagt de heer Poortman dat een als vrij overgedragen goed niet vrij van lasten is, wat zal er dan geschieden? De waarborg, die z. i. in art. 17 aan den belanghebbende wordt gegeven, gaat in dit geval verloren.

Wat aangaat de aanmerking, door den geachten spreker uit Leiden gemaakt, geloof ik niet dat zoodanig innig verband tusschen de tweede alinea van art. 18 en de eerste van art. 21 behoeft of behoort te worden aangenomen. Ik geloof dat men de eerste alinea van art. 21 op haar zelve kan beschonwen. Die alinea zegt: „De onteigening van al de binnen het regtsgebied derzelfde arrondissements-regtbank voor het werk noodige en niet bij minnelijke overeenkomst verkregene eigendommen moet te gelijker tijd gevraagd worden", enz. Ik geloof dat men geen andere gevolgen behoeft of behoort aan te nemen dan die welke in de woorden zelve onmiddellijk gelegen zijn.

En wat betreft den twijfel, door den geachten spreker uit Schiedam geopperd, ik zie niet in dat in het geval, door hem ondersteld, anders zal moeten worden gehandeld dan wanneer datzelfde voorkomt in andere gevallen. Tegen de onteigenende partij, die bij overeenkomst heeft verkregen, en niet heeft kunnen weten, dat nog lasten no* rechten op het goed drukken, zal men overstaan gelijk in elke der^e" lyke zaak. Dat daardoor een waarborg zal verloren gaan, gelegen°in art. 1/, kan ik niet inzien. Misschien heb ik de rede van den geachten spreker niet juist gevolgd.

De lieer Poortman komt terug.

Ik geloof ook, Mijne Ileeren, dat ik mag concludeeren, gelijk vóór mij gedaan is door den geachten spreker uit de residentie en dat wanneer de aanmerking, gemaakt door den geachten spreker uit ochiedam, eene aanvulling eischte van de wet, die geachte spreker wel niet in gebreke zou zijn gebleven, een amendement voor te stellen Wanneer nu een amendement onnoodig is, dan zal ook de verklaring van den Minister, geloof ik, weinig afdoen, daar waar de zaak aan het oordeel van den rechter zal behooren te worden onderworpen ik wil alleen dit zeggen, om een misverstand terecht te brengen.

ooreerst dat art. 17 niet bedoelt een waarborg te geven aan dei den, maar enkel bedoelt, een waarborg te geven in het publiek belanc' En in de tweede plaats, dat ik niet zou wenschen zóó begrepen te zijn, als de geachte spreker uit Nijmegen mij schijnt te hebben verstaan.

Sluiten