Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer nu in n°. 3 gelezen wordt, d.at overgelegd moet worden: „een mede door het hoofd van het gemeentebestuur afgegeven bewijs, dat de uitgewerkte plans met de daarbij behoorende kaarten en grondteekeningen overeenkomstig art. 12 op de secretarie der gemeente gelegen hebben", dan slaat dat, dunkt mij, op die tweederlei plans. Voor het geval, dat zoowel het plan dat het gedeelte van het werk betreft, dat door de gemeente loopt, als het plan van het gelieele uerk, op de secretarie der gemeente ter visie hebben gelegen, moot voor beide daarvan bewijs worden afgegeven. Voor het andere geval, wanneer het plan van het geheele werk niet ter secretarie van eene gemeente, maar ter griffie van de provincie heeft gelegen, zal voorzien zijn door hetgeen ten slotte van n°. 3 wordt gezegd. Het komt mij dus voor dat de bepaling voor alle gevallen voorziet.

De geachte spreker uit Utrecht (de heer van Goltstein) heeft mij door zijne bedenking verrast. Ik had niets minder verwacht dan dit artikel verbonden te zien met de beschouwing van eene niet behoorlijke afscheiding van de staatsmachten, van de rechterlijke en van de uitvoerende macht. Het komt mij ook nu nog voor, dat het artikel niet wel in zoodanig verband kan worden beschouwd met dat uitwerksel, dat dit verband zou kunnen leiden tot eene beoordeeling van dit artikel. Wat toch is het doel? Het doel is eenvoudig dat blijke, dat zoodanige voorwaarden zijn vervuld, als bij de wet zijn gesteld tot waarborg van diegenen, die bij onteigening kunnen lijden. De geachte spreker heeft art. 9 van de bestaande wet ingeroepen. Aldaar staat: „De vordering behoeft niet anders te worden gestaafd dan door het Koninklijk besluit en door de resolutie van den gouverneur bij art. 6 vermeld. Indien de vordering wordt tegengesproken, op grond dat de in de voorgaande artikelen voorgeschreven formaliteiten niet of niet naar behooren zijn opgevolgd, zal de regter beoordeelen of de verweerder werkelijk door dat verzuim is benadeeld, of in deszelfs regt verkort. Indien het verzuim geen nadeel heeft toegebragt, of het regt van den verweerder niet heeft verkort zal de vordering worden toegewezen."

Er kan dus verzuim zijn gepleegd, het Koninklijk besluit kan niet zijn voorgelegd, de resolutie van den gouverneur kan niet zijn medegedeeld, en de rechter zal toch, wanneer de partij slechts niet benadeeld is, oordeelen dat de onteigening kan worden uitgesproken. Wat heeft nu het ontwerp gewild ? Het heeft gewild, dat de vormen altoos, tot waarborg van de ingezetenen, zullen worden in acht genomen. Het ontwerp moet daaraan meer hechten dan de wet van 1841, omdat hier de procedure uitstekend verkort cn alle waarborgen voor het geding dus zooveel mogelijk versterkt moeten worden. Alleen onder die voorwaarde kan de summiere wijze van procedeeren worden toegestaan , die hier is aangenomen. Het is hier derhalve niet te doen, om door den rechter te laten beoordeelen, of de uitvoerende macht voldaan heeft aan hare verplichtingen, maar of de formalitei-

30*

Sluiten