Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze bepaling, in hetgeen de eigenaar ten gevalle van publieke werken moet lijden, en tevens erkennen dat het onmogelijk is die hardheid weg te nemen.

s

De lieer Gevers komt terug. Vooral zij, die hunne goederen plegen te verhuren, zullen door het artikel worden gedrukt. Wat betreft de waardeering der schade, meent hij, kon inen het voorbeeld van de fransclie wet van 3 Mei volgen, welke aan de jury de bevoegdheid geeft de schade en de goede trouw van den eigenaar te beoordeelen. Zoude men in Nederland dit niet aan den rechter kunnen opdragen? Is de regeering geneigd het artikel te wijzigen zoodat het alleen zal gewagen van de nederlegging ter inzage, in artikel 12 bepaald?

Wat het eerste punt betreft, nu door den geachten spreker bijgebracht, moet ik doen opmerken, dat men toch in den regel die onteigening met hare gevolgen wel ziet komen. Men wordt niet zoo plotseling verrast als de geachte spreker het heeft doen voorkomen. In de tweede plaats heeft de geachte spreker gewaagd van de Fransche wet van 1841. Ik durf de bepaling niet overnemen, vooreerst omdat wij geene jury hebben; maar vervolgens omdat ik, al had men eene jury, nog niet zou wagen, voor te stellen, aan de jury over te laten iets zoo geheel onbestemds, als daar overgelaten wordt bij dat aangehaalde artikel van de Fransche wet van 1841. Het is, zoo het mij voorkomt, de uiterste willekeur, hetzij dat men het aan den rechter of aan de jury overlate. — En wat het derde punt betreft, het ontwerp van wet draagt, geloof ik, blijken genoeg, dat ik van mijne zijde in aanmerking wensch te neinen al de belangen van degenen, die ten gevolge van de onteigening kunnen lijden. Maar ik zal van de zijde der Regeering niet voorstellen zoodanige bekorting van den tijd, als zooeven is geopperd. Ik heb den geheelen loop mijner gedachte over de zaak blootgelegd. Ik heb gezegd hoe men de bezwaren zou kunnen verminderen, wanneer men dat wilde. Maar nu van mijne zijde dergelijke vermindering voor te stellen, — ik zou het gaarne doen, wanneer er niet een uitstekend nadeel tegenover stond. In den regel zullen de goederen, die aangewezen worden in het besluit ter onteigening, vervat zijn èn in het tweede èn in het eerste plan. Dit zal het geval zijn ten aanzien van de meeste eigendommen, welke zullen worden onteigend; en dan zal het inderdaad, wordt het artikel zoo bekort, eene speculatie, eene agiotage worden. Ik waag het niet, van mijne zijde eene schrede te doen om daartoe mede te werken. Ik zal afwachten of zoodanig amendement door iemand zal worden voorgesteld, maar ik stel het niet voor van de zijde der Regeering. Ik meen in allen gevalle, dat het bezwaar van den geachten spreker overdreven is, en dat, al ware het niet overdreven, het middel, dat hij er tegen voorstelt, als volstrekt onaannemelijk moet worden beschouwd.

Sluiten