is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goederen, die bij het Koninklijk besluit zijn aangewezen. De goederen, die bij het Koninklijk besluit zijn aangewezen en die waren aangeduid bij een van de vroegere plans, zullen onder het verbod liggen van artt. 39 en 42; maar niet die goederen, die wel aangeduid zijn in bet eerste of in het tweede plan, doch niet zijn beschreven bij het Koninklijk besluit, waarvan art. 14 spreekt. Maar nu zegt de geachte spreker: de eigenaars van die laatst bedoelde goederen hebben zich wellicht gedurende den tijd tusschcn het ter visie leggen van een van die plans en het nemen van het Koninklijk besluit, van verhuren, bouwen of planten onthouden; misschien zullen zij door die onthouding, schade hebben geleden, en nu moeten — zoo begrijp ik de bedoeling van den geachten spreker — de eigenaars van die goederen voor die schade vergoeding kunnen vragen. Ik merk eerst op, dat het hier zeer bijzondere gevallen geldt; ik geloof het een zeer bijzonder geval te mogen noemen, wanneer goederen aangewezen èn bij het eerste èn bij het tweede plan, niet in het Koninklijk besluit zijn begrepen. Het Koninklijk besluit zal in den regel de aanwijzing volgen van het plan; de afwijking zal zeker slechts ten aanzien van zeer enkele perceelen plaals hebben.

Maar ik laat dit daar. Ik vraag nu alleen: is er genoegzame reden om schadeloosstelling toe te kennen aan die eigenaars, die zich, schoon zij het niet behoefden te doen, onthouden hebben van hun goed te verhuren, of van het maken van veranderingen of getimmerten, omdat zij konden begrepen worden in de aanwijzing, die geschieden znl bij Koninklijk besluit? Voor zooveel ik het geval op dit oogenblik kan beoordeelen, komt het mij niet zoo voor. En dat wel om twee redenen. Vooreerst, is de tijd, die tusschen het ter visie leggen der plans en het nemen van het Koninklijk besluit verloopen zal, kort. Die tijd zal ten minste meestal niet lang zijn. In de tweede plaats zal men in dien tusschen tijd, in verre de meeste gevallen, ik zeg niet zich kunnen vergewissen, maar toch eenig vermoeden kunnen opdoen, of men wellicht, ofschoon begrepen in de plans, later buiten het Koninklijk besluit zal vallen. En dan zal men juist in dien geest werken, dien het ontwerp in de artt. 39 en 42 heeft trachten te keeren. Men zal met het meer of min gegronde vermoeden, dat men, schoon begrepen in het eerste of tweede plan, bij het Koninklijk besluit niet zal worden aangewezen, iets doen, alleen ten einde later schadeloosstelling te kunnen vragen. De aanneming van het voorgestelde nieuwe artikel zal dus in onderscheidene gevallen bevorderen, hetgeen de artt. 39 en 42 trachten te keeren. Men zal licht eenige informatien kunnen inwinnen, waaruit met eenige waarschijnlijkheid is op te maken, dat de goederen, welke men bezit en die in de plans waren begrepen, niet in het Koninklijk hesluit zullen worden opgenomen, en dan zal men zich volstrekt niet behoeven te onthouden van het bouwen, planten ot verhuren. Indien nu nog eenige weinige gevallen

31*