Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan onzen rechter worden opgelegd. Zoodanige wetsbepaling moet een bepaald uitwerksel kunnen hebben, en wanneer wij niet kunnen nagaan, hoe zij zal kunnen werken, hoe de rechter eenigen vasten grond zal kunnen vinden voor zijne beslissing, dan moeten wij, dunkt mij, bij deze wet, tot dergelijke onzekerheid geene aanleiding geven. Bovendien art. 52 van de Fransche wet zegt: „Les constructions, plantations et améliorations ne donneront lieu a aucune indemnité, lorsque, ii raison de 1'époque oü elles auront été faites ou de toutes autres circonstances dont 1'appréciation lui est abandonnée, le jury acquiert la conviction qu'elles ont été faites dans la vue d'obtenir une indemnité plus élevée." Nu kan eene bepaling als deze in eene fransche wet voor de jury gemaakt worden. Maar ik vraag het, kunnen wij dergelijke bepaling voor onzen rechter maken?

De geachte spreker zegt: indien iemand bijv. 25 jaren aan een ander verhuurd heeft, en in het 26ste jaar, waarin hij met onteigening bedreigd wordt, niet verhuurt, dan is het aan te nemen dat hij het niet gednan heeft, uit hoofde van de bepalingen dezer wet; hij zou zeker verhuurd hebben, wanneer hij niet door de wet weerhouden ware. Ik voor mij zou het niet durven aannemen, maar gelooven dat die man niet heeft willen verhuren, omdat hij kans zag, zonder schade geleden te hebben, schadevergoeding te erlangen. Hij zal meenen den rechter te kunnen doen aannemen, dat hij zou verhuurd hebben, ware het vooruitzicht van onteigening niet tusschen beide gekomen. Hij verhuurt dus niet, want dan heeft hij zelf genot gehad van zijn land en krijgt daarenboven schadevergoeding.

Het amendement van Jen lieer Gevers wordt niet 50 tegen 11 stemmen afgekeurd.

Art. 40. Schadevergoeding voor het recht van grondrenten of tienden. I)e lieer Wintgens stelt voor het woord „tienden" te doen vervallen. Voorverlies van tiendrecht, zegt hij, is geene vergoeding noodzakelijk; het recht toch blijft onaangetast, maar wordt slechts in de uitoefening belemmerd.

Ik zal eerst een woord zeggen over het beginsel zelf, door den geachten spreker voorgestaan, dat voor tienden geene schadeloosstelling moet worden gegeven. Wanneer het tiendrecht vervalt, en ik meen dat het vervalt, dan moet ook schadeloosstelling worden gegeven, zoo men billijk is. Wat gebeurt? In de gevallen, waarin dit ontwerp voorziet, wordt het goed genomen uit hetgeen men noemt commercium juris privati en bestemd tot publieken dienst. In zooverre derhalve behooren er geene lasten van burgerlijken aard meer op te rusten. Dat is het beginsel dezer wet, hetgeen reeds aanvankelijk is aangenomen bij het art. 17, waar van minnelijke overeenkomst gesproken wordt, en bevestigd wordt bij art. 59, waar gezegd wordt: „Door die overschrijving gaat de eigendom op de onteigenende partij over, vrij van alle lasten en regten daarop rustende". Wanneer nu tienden worden

Sluiten