Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoli zijn, gelijk de geachte spreker meent,'dan is het nieuwe opstel ongelukkig. Maar ik kan dat inderdaad niet zien. De geachte spreker gewaagt van veroordeeling, maar er is van veroordeeling geen sprake. Er is sprake van eene wettelijke verbintenis, die ontstaat, wanneer niet binnen zes maanden nadat het vonnis van onteigening in kracht van gewijsde is gegaan, de schadeloosstelling wordt betaald of geconsigneerd. Uit zoodanig verzuim ontstaat eene wettelijke verbintenis voor de onteigenende partij, om de schade te vergoeden, welke de andere partij heeft geleden. Dat is de zin van het ontwerp, zooals het was gesteld. Maar het drukt dien zin onvolkomen uit. De woorden en is hangen, volgens onze woordvoeging, met het overige gedeelte van den volzin niet goed samen. Maar wanneer men nu zegt: „De onteigenende partij is alsdan," dat wil zeggen „bij het wegvallen van het vonnis uit dien hoofde," dan drukt dit, naar mijn oordeel, de bedoeling die de ontwerper van den aanvang af had, meer volkomen uit.

Art. 57. „wordt in het bezit gezel". De heer Luyben meende, beter ware „wordt in het bezit gesteld".

Het is hier om een woord te doen, niet om een beginsel. Bij mij zou de aanmerking, die de geachte spreker uit Noordbrabant maakt, niet zijn opgekomen. Ik zou meenen, dat men kan zeggen: zetten in het bezit, gelijk men zegt: zetten uit het bezit.

De heer Luyben komt terug.

Ik geloof inderdaad, dat er geen genoegzame reden bestaat om de voorgestelde wijziging te doen plaats hebben. Ik herinner mij nu niet, waarom het bedoelde woord oorspronkelijk zoo geschreven is. Maar ik kan mij wel verklaren, dat men, sprekende van in bezit brengen door middel van den sterken arm, eer het woord zetten dan stellen gebruikt heeft.

Ken door den heer I.uyben voorgesteld amendement wordt met 20 tegen

stemmen aangenomen.

Art. 00. In het ontwerp stond: „Alle belastingen, welke wegens het onteigende goed betaald worden, gaan van den dag, waarop het eindvonnis van onteigening in kracht van gewijsde is gegaan, of waarop, in het geval van artikel 57, de inbezitneming heeft plaats gehad, op de onteigenende partij over."' De heer de Man, van oordeel, dat het ontwerp onder het woord belastingen wilde verstaan hebben alles, wat met publieke lasten kan worden gelijk gesteld, wenscht te lezen: „Het onderhoud van dijken, kribben en soortgelijke lasten, alsmede alle belastingen hoegenoemd, waarmede het onteigende goed is bezwaard of daarvan betaald worden, gaan enz."

De geachte voorsteller van het amendement, de heer de Man, schijnt den zin van art. 60 niet te hebben miskend. Die zin sluit inderdaad in hetgeen hij bedoelt. Maar de geachte voorsteller wil dat die zin duidelijker blijke. Wanneer in art. 59 in de tweede alinea sprake is van lasten en rechten, waarvan het goed door de overschrijving bevrijd wordt, dan worden bedoeld lasten en rechten juris

Sluiten