Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de derde alinea van art. 73 wordt uitgedrukt: „Door watersnood wordt niet enkel het geval verstaan Hat dijken zijn doorgebroken of overstroomingen hebben plaats gehad, maar ook dat van dringend of dreigend gevaar voor doorbraak of overstrooming", dat begrip moet, meen ik, niet te nauw beperkt worden, vooral niet daar het door de wet niet binnen zekere perken is te brengen. In het verslag heeft men eene zeer nauwe beteekenis aan het woord watersnood gegeven. Er wordt ondersteld, dat watersnood dan alleen aanwezig zou zijn, wanneer alles reeds verdronken is, èn land èn beesten èn menschen, de dijkbesturen misschien erbij. Maar in dat geval kan zeer zeker van maatregelen, die onmiddellijke inbezitneming noodig zouden maken, geene sprake meer zijn. Mijns inziens moet het begrip van watermood toepasselijk worden verklaard overal, waar de onverwijlde inbezitneming noodig is en ik meen dat dit is overeenkomstig de Grondwet. Daar staat in do laatste alinea van art. 147: „wanneer oorlog, brand of watersnood eene onverwijlde inbezitneming vorderen." Nu vordert niet iedere oorlog, iedere brand, of iedere watersnood eene onverwijlde inbezitneming; maar de vraag: is het gevaar bij die gevallen zoo groot, dat er eene onverwijlde inbezitneming gevorderd wordt, is overgelaten aan de beslissing der besturen, aan het oordeel van hen, die het beleid hebben. Ik ben derhalve genegen een wijden kring te geven aan de handelingen. die zouden kunnen worden gepleegd in geval van watersnood. Nu kan men honderde voorbeelden bijbrengen en misschien in een ondersteld voorbeeld eene beslissing geven. Maar dat voorbeeld zal in den regel toch niet juist uitdrukken de omstandigheid, zooals die zich zal voordoen, zoodat de beslissing, die men voor een ondersteld casus geefi inderdaad praktisch weinig waarde heeft. De geachte spreker uit Gelderland heeft gisteren een voorbeeld gesteld: er heeft eene dijkbreuk plaats gehad, er heeft zich eene kolk door inspoeling gevormd, daaromheen is eene kade gelegd, en vervolgens moet nu in het laatst van het jaar een nieuwe dijk worden gemaakt, of de oude hersteld en verzwaard. Nu zou ik niet durven aannemen, dat in alle gevallen, die onder dat voorbeeld kunnen begrepen zijn, zou kunnen worden geïandeld met het recht, dat men heeft in geval van watersnood. De a e wordt gelegd, en wordt die bevonden niet toereikend te zijn tot de nieuwe dijk is gelegd of de oude hersteld, dan kan de kade misschien worden verzwaard. Maar dat in het gestelde geval al wat er toe behoort om dien nieuwen dijk te leggen of den ouden te herstellen, steeds zou moeten worden bestuurd naar de regelen, die gesteld zijn voor watersnood, dat zou ik niet durven aannemen. Het kan wel zijn dat de toestand, waarin men zich bevindt na het leggen van de kade volstrekt niet zoo gevaarlijk is om eene onverwijlde inbezitneming te vorderen. Mocht daarentegen de kade in dergelijken toestand zijn, dat zy voor den winter niet behoorlijk dekte, en dat dus het werk'van de (iykuitlegging of herstelling met de uiterste snelheid moest worden

32*

Sluiten