Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedrieg ik mij niet geheel en al, dan spreekt de geachte redenaar mij voor. Hij meent, dat wanneer het er later op aan komt een nieuwen dijk te leggen zooals behoort, het gewone recht moet gelden, maar dat het buitengewone recht van watersnood moet gelden zoo de kade moet worden gelegd, en hij verlangt eene sterkere kade, dan waarmede de geachte spreker uit Tiel genoegen neemt. Ik twist niet over de meerdere of mindere sterkte van de kade. Wanneer voor den aanleg eener noodkade onverwijlde inbezitneming inderdaad gevorderd wordt, dan zal het buitengewoon recht van watersnood ingeroepen kunnen worden. Maar het punt van geschil was dit: of, wanneer nu later de dijk moet worden gelegd, die dan zal worden gelegd om de kade overbodig te maken, — of dan gedurende al dien tijd die buitengewone toestand, die staat van beleg geacht mag worden aanwezig te zijn, en dat is hetgeen ik, bij het voorbeeld door den geachten spreker uit Tiel voorgesteld, gemeend heb niet te kunnen toegeven. Geenszins spreek ik tegen, dat men zich in een buitengewonen toestand bevindt, wanneer het een werk geldt, hetzij lichter of zwaarder, dat bestemd is om het water te keeren daar, waar een dijk is gebroken en onverwijlde hulp noodig is.

Het amendement van den lieer van Lynden wordt met 57 tegen 8 stemmen verworpen.

Art. 65. Aardhaling. De heer De Man meent, dat, voor zoover aangaat de voorgeschreven plaatsing in de dagbladen, het artikel tweemaal „nagenoeg liet/elfde" bepaalt.

Het schijnt mij toe, dat de geachte spreker gelijk heeft, in zooverre hier voor een zeker deel hetzelfde wordt gezegd. Het is niet in allen deele hetzelfde. In de tweede alinea wordt gesproken van plaatsing in het Staatsblad, waarin zeer zeker het besluit van Gedeputeerde Staten niet zal kunnen worden opgenomen. In de derde alinea wordt ook gesproken van plaatsing in de Staatscourant en ik geloof, dat het goed is plaatsing in de Staatscourant te behouden. Men zou in het bezwaar kunnen voorzien, wanneer men eene wijziging toeliet aan het slot van het "2de lid, en daar zeide: „Behalve de plaatsing in het Staatsblad, in art. 62 voorgeschreven, wordt het in de Staatscourant en in het dagblad der provincie opgenomen." Dan zou de 3de alinea kunnen vervallen.

Hoever strekt zich «le macht van een dijkbestuur uit? Kan «ie aarde genomen worden buiten liet grondgebied van het dijkdistrict?

Zoo ik mij wel herinner is hetgeen de geachte spreker een uitleg gelieft te noemen, slechte een antwoord, gegeven op eene vraag, die tot het ontwerp van wet niets afdoet. Men deed de vraag hoe ver de macht van een dijkbestuur zich uitstrekt, of die zich ook uitstrekt

Sluiten