Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wierd weggelaten, dan zou het twijfelachtig kunnen zijn, of in die andere redactie ook eene andere bedoeling lag. De Regeering stelt dus voor, in dit artikel, in plaats van: „tot 67", te lezen: „tot en met 67".

Onteigening bij besmetting. Art. 72. De heer Dirks vraagt eene inlichting omtrent ile verwijzing naar artikel 55, waarin eene tijdsruimte van zes maanden wordt voorgeschreven tot betaling van de schadeloosstelling, "ie termijn is, zegt hij, te lang; de landman kan zoolang zijn geld niet missen.

I.aatste lid. De heer Huguenin wenscht dat de kosten óf steeds zullen komen ten laste van de provincie, óf steeds ten laste van den staat.

T)e geachte spreker die het eerst het woord heeft gevoerd, heeft mij volkomen verklaard hetgeen mij niet duidelijk was in het verslag. Voor het behoud van den termijn van zes maanden pleit niets dan dit. De wensch om de betaling zoo lang uit te stellen, is daarvoor niet de grond; maar men dient in het oog te houden, dat voor de inzending, het onderzoek, de verevening van die verschillende declaratien wel eenige tijd benoodigd is. Men kan bij de Rijksadministratie niet doen als bij particulier werk; het geld wordt maar niet zoo zonder omstandigheden uit de schatkist genomen. Het geval kan zich voordoen, dat aan den vorm van de declaratie eene kleinigheid ontbreekt; er ontbreekt bijv. ééne letter; die letter belet de Rekenkamer te verevenen , en de declaratie moet worden teruggezonden. Men zendt de declaratie terug aan Gedeputeerde Staten; deze zenden haar terug aan den betrokken persoon. En wie verzekert nu, dat die besturen nimmer talmen zullen? Wanneer van alle kanten spoed wordt gemaakt, kan het zijn, dat de zaak lang vóór den afloop der zes maanden is geregeld; maar het kan wezen, dat de zes maanden noodig zijn. Daarom is die regel gesteld voor alle gevallen. Ik geloof, men kan den termijn niet korter nemen.

De vraag, welke geopperd is door den geachten spreker, die het tweede het woord heeft gevoerd, is van oneindig meer gewicht. Ik erken, Mijne Heeren, ik ben niet dan na lange overweging gekomen tot het besluit om het voorstel zóó te doen, als nu is geschied. De kosten te brengen ten laste van de provincie kan gebeuren; maar het kan niet anders gebeuren dan bij de wet. Voor het brengen dier kosten op de provinciale begrooting, pleiten deze en gene redenen. Daarvoor pleit, zoo het mij voorkomt, vooral dit, dat dergelijke rampen, dergelijke buitengewone maatregelen van onteigening, meestal slechts in sommige provinciën noodig worden, terwijl de meeste provinciën van de ramp verschoond blijven. In zooverre zou de zaak als een provinciale last, als eene provinciale ramp kunnen worden beschouwd en behandeld. Maar er pleit, dunkt mij, meer dan ééne reden tegen, — en die redenen, die er tegen pleiten, hebben mij overgehaald.

Sluiten