Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zal eerst den geachten spreker uit Zeeland (den heer van Eek) antwoorden, dat, mijns inziens, bij deze wet in geen geval dergelijke regeling zou kunnen te pas komen. De geachte spreker heeft zich wel beroepen op art. 65, maar dat artikel ziet op een geheel ander geval. Hij spreekt van het onder water zetten van gronden, en art. 65 ziet op het geval vnn werkelijke onteigening, schoon niet van onroerend maar van roerend goed. Binnen die grenzen van onteigening moet deze wet, mijns inziens, blijven.

De tweede vraag, door den geachten spreker gedaan, zou ik op dit oogenblik niet durven beantwoorden. Ik heb niet doorgedacht over de vraag, of bij eene andere wet, bij eene wet die het uitvloeisel zal zijn van art. 187 der Grondwet, schadeloosstelling behoort te worden verzekerd in dat geval, hetwelk de geachte spreker op het oog heeft. Ik kan op dit oogenblik daarop geen antwoord geven. Eerst zou ik moeten nagaan het vestingrecht in het algemeen, de verschillende belangen en rechten die daarmede in verband staan, om ja of neen te kunnen zeggen. In allen gevalle kan dergelijke schadevergoeding, ook wanneer zij behoorde te worden toegekend, niet bij deze wet worden geregeld.

De geachte spreker uit Rotterdam (de heer Hoffman) heeft gemeend, dat hier moet gelezen worden, niet zooals ik heb voorgesteld: lasten of belastingen, maar: lasten en belastingen. Ik heb met voordacht gesteld of en niet en, om het geheel te begrijpen en het niet te doen voorkomen alsof lasten en belastingen volstrekt twee verschillende klassen uitmaakten. Zoodanige afscheiding is ook bij art. 60 geenszins gemaakt. Dijklasten bijv. worden voor een gedeelte betaald in geld, maar andere dijklasten worden gepraesteerd in natura. Belasting in den algemeenen zin van het woord, kan ook genoemd worden iets dat in natura wordt gepraesteerd; zij behoeft niet altijd in geld te worden betaald. Wanneer men nu stelde: lasten en belastingen, dan zou dit, naar mij voorkomt, aanleiding geven tot het denkbeeld alsof er in art 60 een scherpe lijn tusschen lasten en belastingen wierd getrokken, en dat is in den zin van dat artikel volstrekt het geval niet. Zoo men, in verband met het in art. 60 opgenoemde, in dit artikel leest: lasten of belastingen, dan begrijpt men alles wat in art. 60 kan zijn bedoeld.

Het wetsontwerp wordt met 51 tegen X stemmen aangenomen.

De kapitein der dienstdoende schutterij te Amsterdam, Kicherer, was bij vonnis van den schuttersraad tot degradatie veroordeeld. Van dit vonnis in liooger beroep gekomen, werd hij door Gedeputeerde Staten in eene geldboete van vijftig gulden verwezen. De schuttersraad, van meening, dat het door hem gevelde vonnis krachtens het tweede lid van artikel 65 der wet op de schutterijen voor geen hooger beroep vatbaar was, doch onverwijld aan den Koning ter bekrachtiging behoorde te worden toegezonden, en dat bij gevolg 'Ie beschikking van Gedeputeerde Staten, als geheel buiten de wet genomen, niet bij machte was het vonnis van den raad te niet te doen, had de be-

Sluiten