Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dat geval is het Gouvernement van alle verantwoordelijkheid ontheven en in zooverre moet ik erkennen, dat ik liever eene wet had voorgedragen, waarbij de wetgever ieder bijzonder perceel telkens bij

,,Wet had 'aan te wiJzen- Des Ministers toestand ware aangenamer voor en na de afdoening der zaak; maar het belang der zaak veroorloofde mij dit niet. Nadat besloten is dat een werk moet geacht worden van algemeen nut te zijn, aan te wijzen, van welke perceelen de onteigening tot het tot stand brengen van dat werk nuttig en noodig is, - dit is eene daad van uitvoering. In zooverre ligt het in den geest van de Grondwet, die perceelen niet bij de wet te doen aanwijzen; maar die aanwijzing als daad van uitvoering over te laten aan de uitvoerende macht.

De geachte spreker uit de residentie heeft, keerende tot het terrein dat door de geachte sprekers uit Zuidholland en Utrecht, die ik de eer had in de eerste plaats te beantwoorden, vooral in het oo<' is gehouden, gemeend, dat wanneer in het tweede lid van art. 147 der Grondwet gezegd wordt: „De wet verklaart vooraf dat het algemeene nut de onteigening vordert", daarmede werd aangeduid de onteigening van iets bepaalds, van een bepaald stuk goed, behoorende aan een •epaalden eigenaar. Ik denk, Mijne Heeren, dat de uitdrukking: „De wet verklaart vooraf dat het algemeene nut de onteigening vordert" evenzeer kan worden begrepen te gelden ten aanzien van alle goederen die noodig zijn om het werk te volvoeren, en dat is juist hetgeen, volgens dit voorstel, bij de wet zal worden bepaald. In het algemeen gezef.d worden: de goederen, die liggen in deze of geene richtinen noodig zijn om het werk tot stand te brengen, zullen worden onteigend.

De geachte spreker uit de residentie, ter rechter zijde van mii

-rr- T de heeft miJ ongeliJk gedaan, wanneer hij

meent dat ik tegen den uitleg van de Grondwet het publiek belang

heb gesteld. Ik heb den eenen uitleg van de Grondwet overgesteld tegen den anderen, en de vrijheid genomen, die ik nog neem, zijn ui eg van de Grondwet niet als den eenig verbindenden te beschouwen. Ik heb zijn uitleg van de Grondwet geenszins doen vorkomen als den waren, noch gezegd: ik stel aan de wetgevende macht iets anders voor, omdat het publiek belang eene afwijking van dien uitleg der Grondwet vordert.

De geachte spreker uit Groningen heeft niet zooveel bezwaar ®ezien

naar toch ^i ?OU*ernement tot aanwijzing van de perceelen,

inaar toch eemge beperking begeerd. Hij heeft verlangd dat de wetgever

zou handelen zooals in Engeland geschiedt, waar dikwerf het dubbele of het driedubbele der benoodigde hoeveelheid goederen, altoos meer • n men noodig heeft, wordt aangewezen. Hij verlangde, dat de uitvoerende macht dan daaruit zou kunnen kiezen. Ik twijfel, M^jne Heeren, of met zoodanig voorstel van wet zo.,de voldaan zijn aan het

Sluiten