Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlangen van hen. die de aanwijzing der pereeelen volstrekt aan de wetgevende macht opgedragen willen hebben. Er zal in den regel, bij de vraag, welke goederen aangewezen moeten worden tot onteigening, geen verschil zijn over de keuze tusschen goederen die van elkander verwijderd zijn, maar er zal verschil wezen over de keuze tusschen goederen die nevens elkander liggen. De keuze derhalve, die het Gouvernement zal hebben volgens dit ontwerp, zal dezelfde blijven bij zoodanige wettelijke aanwijzing in het groot als de geachte spreker uit Groningen bedoelt. I)e vrijheid, die hij aan het Gouvernement wil geven, zal inderdaad dezelfde zijn die het Gouvernement, volgens dit voorstel van wet, zal hebben. Eene meerdere vrijheid begeert het Gouvernement niet, en zal het niet noodig hebben. De richting van het werk zal niet, zooals de geachte spreker heeft gezegd, worden bepaald door het Gouvernement, maar door de wet. En gelijk ik zoo even de eer had te zeggen, de wetgever zal — en dit is juist het groote voordeel van het voorgedragen stelsel — in ieder bijzonder geval meester zijD, die richting op het nauwkeurigst aan te wijzen. De wetgever zal dit niet te allen tijde zoo nauwkeurig willen doen; hij zal verstandig genoeg zijn niet van punt tot punt, niet van stap tot stap, niet in alle bijzonderheden de richting te willen aanwijzen, maar hij zal dit doen, wanneer de billijkheid het vordert en de uitvoering van het werk er niet door wordt belemmerd of benadeeld.

De geachte spreker uit Groningen heeft inzonderheid verlangd, dat de eigenaren hunne bezwaren zouden kunnen brengen bij de wetgevende macht. Hij heeft gezegd dat betgeen bij art. 5 van dit ontwerp wordt bepaald: „Geene verklaring van algemeen nut wordt voorgesteld, dan nadat de belanghebbenden in staat zijn gesteld, hunne bezwaren daartegen te doen hooren", een nudum praeceptum is. Zoo de geachte spreker dit meent, dan beschouwt hij art. 5 geheel buiten verband met de volgende artikelen. De volgende artikelen zijn in het ontwerp van wet gebracht, ten einde uit te noodigen tot het indienen van die bezwaren; uit te noodigen, niet zoozeer in het belang van hen, die daarbij betrokken zijn, als in het publiek belang, in het belang van het werk, in het belang der instructie van het Gouvernement en van de wetgevende macht, die zal geroepen zijn het werk te beoordeelen. Derhalve in zoover reeds is dit geen nudum praeceptum, maar een beginsel, waarvan de uitvoering in de volgende artikelen wordt geregeld. De wetgevende macht zal dan die belanghebbenden hooren, niet alleen degenen die gevaar loopen tc worden onteigend, maar ieder die er een meerder of minder belang bij heeft, die in diestreek woont, waar onteigening zal plaats vinden. Zullen nu die belanghebbenden, wanneer het wets-ontwerp met alle staten, plans en kaarten in dc Tweede Kamer wordt gebracht en vervolgens in deze Kamer, verzuimen hunne

bezwaren, zoo die hun gewichtig genoeg voorkomen, hij de wetgevende »

Sluiten