Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er kunnen, zegt de geachte spreker, gevaarlijke gevolgen uit voortspruiten. Ik vrees het niet. De geachte spreker heeft politieverordeningen aangehaald, ten gevolge waarvan men zich van onderscheidene voorwerpen meester maakt. Er zijn politieverordeningen tegen dolle honden, tegen het verkoopen van zieke aardappelen, of andere bedorven eetwaren. Ik geloof niet, mijne Heeren, dat men lichtelijk met eenigen grond zal kunnen beweren dat het vernielen van zoodanige voorwerpen onder het bereik valt, of behoort te vallen van deze wet. Men verbiedt, dat eetwaren van zekere hoedanigheid ter markt worden gebracht en stelt daarop, wanneer ze evenwel ter markt worden gebracht en geveild, de straf dat ze zullen worden vernietigd. Er wordt straf bedreigd tegen laten losloopen van honden; er wordt gezegd: gij zult gedurende een zekeren tijd geen hond laten losloopen; zoo gij dat doet, zal de hond worden aangehouden en doodgeslagen. Ik geloof niet, dat iemand eenigen schijn zal kunnen vinden om te beweren, dat hier schadevergoeding voor onteigening moet worden verleend. Nog minder zou ik meenen, dat bijv. verbeurdverklaring van de werktuigen , waarvan men zich bediend heeft oin valschc munt te slaan, eene verbeurdverklaring die de rechter uitspreekt ten gevolge van eene wet, eenigszins kan worden gelijkgesteld met de gevallen waarop deze wet doelt.

Tegen de procesorde is in de tweede plaats een bezwaar geopperd, dat mij — ik mag het niet verbergen — in liooge mate heeft bevreemd. De procesorde, zegt men, ontneemt aan den eigenaar alle zekerheid. En waarom? Dewijl de bevoegdheid, aan den rechter gelaten, om slechts één deskundige te benoemen, de waarborgen vernietigt, die in iedere procedure moeten blijven. Dat er geen hooger beroep was toegestaan , daarmede kon men zich desnoods vereenigen, doch de rechter moest de bevoegdheid niet hebben om slechts één deskundige te te benoemen. Maar wie is die rechter, Mijne Heeren? Zullen wij iets willen te kort doen aan het vertrouwen, dat de rechter in deze zaak bovenal verdient? Ik vraag niet of eene arrondissementsrechtbank uit jonge of oude rechtsgeleerden is samengesteld, uit menschen die lang of kort in de maatschappij hebben geleefd, uit menschen, gewoon in de steden of op het platte land te leven en die dus de waarde van vaste goederen meer of minder kennen. Maar ik neem de arrondissementsrechtbank in den staat waarin die geplaatst is door onze inrichting van de rechterlijke macht, en welke macht in den Staat is meer dan die rechter geroepen om voor de bijzondere belangen te waken? Kan men onderstellen, dat de uitspraak ten aanzien der schadevergoeding aan dien rechter, wiens hoofdverplichting, wiens eenige taak is de handhaving van bijzondere belangen en bijzondere rechten, toevertrouwd, geen genoegzamen waarborg Aanbiedt? Het is die rechter, die, den deskundige gehoord, zal beslissen.

Het ontwerp, zooals het oorspronkelijk bij de Tweede Kamer ge-

Sluiten