Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het bezwaar, gelegen in de bevoegdheid van den rechter, om één deskundige te benoemen. Het bevreemdt mij, dat hij bij zijne beschouwingen al die waarborgen schijnt vergeten te hebben, waarmede de wet het onderzoek omringt, waarmede het altijd omringd is, hetzij elf, een en twintig of een en vijftig deskundigen, worden geroepen. Ik verzoek de Kamer hare aandacht te vestigen op de artt. 30 en volgende van dit wetsontwerp. In art. 30 wordt gezegd: „Partijen kunnen aan den regter-commissaris en de deskundigen al die stukken mededeelen en al de gronden opgeven, welke volgens haar oordeel tot eene juiste bepaling der schade kunnen leiden." Ik zal nu niet treden in de voorschriften der volgende artikelen, die evenzeer waarborgen voor de juistheid van de begrooting der schade moeten geven en, zoo het mij voorkomt, inderdaad geven. Maar ik zal op dit punt eindigen met de Kamer op art. 37 opmerkzaam te maken. Daar komt de laatste termijn aan vóór de eindbeslissing; de beslissing, die gegeven zal worden, niet door dien éénen deskundige, gelijk de geachte spreker gezegd heeft, maar door den rechter. Het artikel zegt: „Na afloop dier veertien dagen brengt de regter-commissaris, in de eerstvolgende voor de behandeling van burgerlijke zaken bestemde teregtzitting, zijn rapport uit, zonder dat er eenige verdere oproeping van partijen vereischt wordt. Op dezelfde teregtzitting kunnen derde belanghebbenden conclusien nemen, en, zoowel als partijen, hunne conclusien nader bij pleidooi doen ontwikkelen. Het openbaar ministerie neemt zijne conclusiën in dezelfde teregtzitting of uiterlijk binnen acht dagen daarna. Uiterlijk veertien dagen na die teregtzitting doet de regtbank, indien zij geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, in art. 235 van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering toegekend, uitspraak over de onteigening en over de schadeloosstelling, aan de eigenaars en derde belanghebbenden uit te keeren." Derhalve: de partijen worden gehoord; het rapport van den rechtercommissaris over het advies van den deskundige wordt gehoord; derde belanghebbenden en partijen kunnen hunne tegenredenen doen gelden. Dit alles wordt aan den rechter voorgelegd, en zoo de rechter dan niet met kennis van zaken zal kunnen beslissen, ik geloof er zal geen college ter wereld te vinden zijn, waaraan men met eenige veiligheid zoodanige beslissing zoude kunnen toevertrouwen. Ik meen, dat met die waarborgen inderdaad alle geruststelling omtrent de juistheid van de begrooting der schade is gegeven.

Een laatste bezwaar heeft de geachte spreker bij al de overige gevoegd, een bezwaar, waarover reeds vroeger is gesproken en dat art. 24 van het wetsontwerp betreft. Daar wordt gesproken van het proces tot onteigening, met betrekking tot de uitspraak, of iemand van zijn eigendom zal worden ontzet, voor het geval dat een of meer der gedaagden niet verschenen zijn. Het artikel schrijft voor: „Indien van twee of meer gedaagden de een verschijnt, de ander niet, wordt met den verschijnenden onmiddellijk voortgeprocedeerd, en de uitspraak

Sluiten