Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL X V.

VERLATING VAN HULPBEHOEVENDEN.

Artikel 255.

Hij »lie opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloozen toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren ol geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

1 Dit artikel verschaft strafrechtelijke bescherming aan hen die aanspraak kunnen maken op onderhoud, verpleging of verzorging tegen diegenen togen wie die aanspraak geldend gemaakt kan worden.

De aanspraak kan alleen berusten op de wet of op eene overeenkomst. Het niet nakomen van eene louter zedelijke verplichting is hier niet strafbaar gestold (Memorie van toelichting).

Het meest gewone voorbeeld van verplichting tot onderhoud krachtens de wet is wel die tot alimentatie krachtens het Burgerlijk wetboek.

Wanneer eene overeenkomst den grondslag der verplichting uitmaakt behoeft degene aan wien het onderhoud verstrekt moet worden niet juist de persoon te zijn met wie overeengekomen is, niet juist eene rechtsvordering tot nakoming te hebben, wanneer maar de overeenkomst te zijnen behoeve gesloten is: wie de verzorging van een kind op zich genomen hooft is verbonden tegenover zijne partij in do overeenkomst maar zijne verplichting betreft hot kind.

Zoo schendt een geneesheer, die zich contractueel of door het aannemen van zijne aanstelling tot waarneming van de armenpraktijk verbonden heeft, zijne verplichting door bijstand te weigeren aan eenen zieke onder de armen wien die praktijk ten goodo moet komen l).

1) Rechtbank 'b Hertogenbosch 15 October 1K9<>, 1'. v. J. 1896, uo. 9.. noyon, Hel Wetb. v. Strafr. 111, 2e druk.

Sluiten