Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In aanteekening 2 toonde ik reeds aan waarom deze opvatting m. i. niet juist kan zijn. Daarbij wees ik ook het eigenlijke onderscheid aan: te vondeling leggen is elk wegleggen van een kind voor den eventueelen vinder, waardoor het aan gevaar wordt blootgesteld; hierin kan ook verlaten gelegen zijn, want de dader verwijdert zich van het kind; maar het is niet altijd verlaten van het kind met het oogmerk om er zich van te ontdoen; dat is het alleen wanneer de dader tot dusverre zich met de zorg voor het kind belast had. Terecht dus, hoewel om min juiste redenen, verzette de Minister zich tegen het schrappen van te vondeling leggen.

4. Voor het misdrijf is opzet noodig; achterlaten door schuld kan niet te vondeling leggen of met het vereischte oogmerk verlaten zijn. Het opzet behoeft zich echter alleen uit te strekken tot de handeling; wetenschap omtrent den leeftijd van het kind is ook hier niet vereischt; zie aanteekening 2 op art. 244.

5. Over de gevallen van strafverzwaring zie art. 257 en 258, van strafvermindering art. 259; voor de bijkomende straf art. 260.

Artikel 257.

Indien een der in de artikelen 255 en 250 omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden.

Indien een dezer feiten den dood tengevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

1. Zwaar lichamelijk letsel, zie de aanteekeningen op art. 82.

2. Voor de bijkomende straf zie art. 260.

Artikel 258.

Indien de schuldige aan het in artikel 256 omschreven misdrijf de vader of de moeder is, kunnen te zijnen aanzien de in de artikelen 25(3 en 257 bepaalde straffen met een derde worden verhoogd.

Sluiten