Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den angst voor de ontdekking; wanneer de eerste impuls van het feit der geboorte (bij kindermoord, art. 291, in verband met den voorafgeganen angst) voorbij is, dan is ook de tijd voorbij gedurende welken aan de eerste hevige vrees invloed op de strafbaarheid toegekend kan worden. De tijd voor kalmer nadenken, voor wikken en wegen, moet nog hebben ontbroken.

4. Voor de bijkomende straf zie art. 260.

Artikel 260.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 255—259 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 no. 4 vermelde rechten worden uitgesproken.

Dit artikel vindt eene aanvulling in de bepaling van art. 30 no. 2.

TITEL XVI.

BELEEDIGING.

1. Deze titel vat de eerkrenkingen die hij behandelt onder de algemeene benaming van beleediging samen; dat dit niet alleen eene zaak van opschrift is blijkt uit art. 266, waarbij wordt strafbaar gesteld elke beleediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt; ook deze twee zijn dus beleediging, maar van een bijzonder karakter. Onder smaad en smaadschrift is weder laster begrepen, zijnde smaad of smaadschrift waarbij de dader tegen beter weten een feit heeft te last gelegd naar welks waarheid onderzoek mag worden gedaan. Hiernevens is dan nog als bijzondere soort van beleediging bekend de lasterlijke aanklacht, art. 268.

Met een en ander hangt te zamen dat in art. 269, bepalende dat beleediging, krachtens dezen titel strafbaar, behoudens éene uitzondering niet dan op klacht wordt vervolgd; ook dit artikel heeft dus betrekking op beleediging in ruimeren zin. Ten gevolge van de beperking tot dezen titel en de uitzondering voor het geval van art. 267 is dus ook zonder klacht vervolgbaar beleediging van de personen in

Sluiten