Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wet kent twee middelen van beleediging, het woord en de daad, die zij feitelijkheid noemt.

De beleediging door woorden kan weder gedaan worden op twee wijzen, door het gesprokene of het geschrevene woord; beide kunnen öf in het openbaar gebezigd worden waarbij de tegenwoordigheid van den beleedigde niet vereischt wordt, öf wel rechtstreeks tegen hem gericht zijn, de mondelinge in zijne tegenwoordigheid, de schriftelijke in een hem toegezonden of aangeboden geschrift.

Beleediging door middel van afbeeldingen is hier niet genoemd, maar behoeft daarom niet geheel uitgesloten te zijn; zij kan toch eene beleediging door feitelijkheden genoemd worden en is als zoodanig strafbaar wanneer zij in tegenwoordigheid van den beleedigde gedaan is.

3. In het openbaai' mondeling of bij geschrifte, zie aanteekening 3 op art. 131.

4. De schriftelijke beleediging, niet in het openbaar gedaan, moet voorkomen in een toegezonden of aangeboden geschrift. Er wordt niet uitdrukkelijk gezegd aan wien dit toegezonden of aangeboden moet worden; ten onrechte is bij de redactiewijziging de aanwijzing weggelaten ; de zin is echter duidelijk wegens het verband van dezen vorm van beleediging met dien der mondelinge, die ook, niet in het openbaar gedaan, slechts aanwezig is bij tegenwoordigheid van hem tegen wien zij is gericht.

Valt nu onder toegezonden of aangeboden geschrift ook een zoodanig dat iemand aan een ander toezendt met de bedoeling dat het onder de oogen zal komen van hem die er in wordt aangevallen en met de waarschijnlijkheid dat dit geschieden zal? Het Iloog militair gerechtshof beantwoordde deze vraag bevestigend t), m. i. ten onrechte. Er blijkt niet dat de Minister van justitie, toen hij ter vereenvoudiging den tekst van art. 266 wijzigende ook „aan hem gericht" veranderde in „toegezonden of aangeboden", eene afwijking beoogde van den zin der oorspronkelijke woorden; en nu kan de bedoeling van den dader dat het geschrift zal komen ook in lianden van een ander dan aan wien het gezonden wordt niet uitwerken dat het ook aan dien ander gericht is.

5. Nieuw tegenover den Code pénal is de strafbaarstelling van beleediging door feitelijkheden, in het ontwerp beleediging door daden genoemd. De Minister veranderde de uitdrukking zonder dat blijkt

1) Sententie van JO Mei 1899, bij Pols c.s., aanteekening 17 ail art.

Sluiten