Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL XVII.

SCHENDING VAN GEHEIMEN.

Artikel 272.

Hij die opzettelijk eenig geheim, hetwelk hij, uit hoofde van zijn hetzij tegenwoordig lietzij vroeger ambt of beroep, verplicht is te bewaren, bekendmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.

Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is. wordt het slechts vervolgd op diens klachte.

1. In liet ontwerp van het wetboek luidde liet opschrift van dezen titel: Openbaring van geheimen. De Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer wenschte wijziging daarvan omdat zij art. 31ü met openbaring van geheimen wilde aangevuld zien en daaraan eene andere beteekenis hechtte. Zij wilde alzoo verwarring voorkomen, maar meende tevens dat de voorgestelde wijziging aanbeveling verdiende omdat schending van geheimen de elliptische uitdrukking zon zijn voor schending van vertrouwen door openbaring van geheimen.

Dit laatste is in. i. onjuist en in strijd met den inhoud van art. 272. Dit stelt toch niet strafbaar dengene die het in hem gestelde vertrouwen schendt door bekendmaking van geheimen die hij in ambt of beroep deelachtig is geworden. Er wordt niet gesproken van geheimen die iemand in zijn ambt of zijn beroep zijn toevertrouwd,

maar die hij uit hoofde van zijn ambt of zijn beriep moet bewaren, waaronder ook kan vallen het geheim waarmede hij op andere wijze dan door toevertrouwen is bekend geworden. In het geval van art. 273 kan men zeggen dat de werkzaamheid bij de onderneming medebrengt dat geheimen zijn toevertrouwd.

Men wachte zich te dezen opzichte voor eene verwarring van den plicht tot zwijgen met de bevoegdheid tot zwijgen die bestaat voor hen die geroepen zijn getuigenis af te leggen. Die bevoegdheid berust wel op het vertrouwen dat voor de richtige uitoefening van sommige ambten en beroepen noodzakelijk is, en heeft daarom ook ruimere grenzen. Maar zij heeft dan ook niets te maken met den hier bedoelden plicht tot zwijgen; die zwijgen mag, mag ook spreken, maar dat mag -4 niet hij die zwijgen moet.

4*

Sluiten