Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet als verzwarende omstandigheid nog bij het misdrijf dat immers zonder haar geen zelfstandig bestaan heeft i).

7. Opzet is voor het misdrijf noodig en wel, blijkens de plaatsing van het woord opzettelijk aan het hoofd van den zin, opzet op alle elementen van het misdrijf gericht: bekend maken dus met de wetenschap dat er een geheim vérraden wordt 2).

In de meeste wettelijke bepalingen die de norm inhouden van deze strafbepaling is voldoende omschreven wat als geheim beschouwd moet woeden; niet altijd is «lat echter het geval: zoo spreekt het eedsformulier van art. 21 der wet van 25 December 1878, Stbl. 222, van hetgeen in de uitoefening van het beroep als geheim aan den geneeskundige is toevertrouwd of te zijner kennis gekomen is.

Wat als geheim is toevertrouwd is hetgeen onder geheimhouding is medegedeeld; in hoeverre dat geheim belangrijk is doet niet ter zake: de medicus heeft het te bewaren. Onder geheimhouding mededeelen is mededeelen na vooraf opgelegde geheimhouding: een later verzoek tot geheimhouding kan niet afdoen. Wat valt onder hetgeen als geheim overigens ter kennis van den medicus is gekomen, is moeielijk te definieeren; er is m. i. geene nadere bepaling van te geven dan als datgene wat men verwachten kan dat de patiënt niet dan onder geheimhouding zou hebben medegedeeld, indien hij er zelf mededeeling van zou hebben gedaan. Dit alles geldt slechts hetgeen de medicus te weten gekomen is bij de behandeling van ziektegevallen, waartoe hij geroepen is.

8. De vervolging van het misdrijf is aan klacht gebonden wanneer het tegen eene bepaalde persoon is gepleegd. Daaruit volgt in verband met de algemeene bewoordingen van het eerste lid, dat ook mededeeling van geheimen de publieke zaak rakende strafbaar is. Dat was niet de bedoeling der Staatscommissie die, terwijl zij hare bepaling omtrent de vervolging slechts op klacht redigeerende: „De . . . misdrijven worden niet vervolgd dan op klagte van hem tegen wien het misdrijf is gepleegd", in de Memorie van toelichting er de aandacht op vestigde dat hieruit volgt, dat „de schending van geheimen die geen bepaald persoon maar het publiek betreffen, b.v. nopens hetgeen verhandeld is in Comité-generaal, niet onder de strafbepaling begrepen is."

1) Het wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der Linden (1000) voorziet hierin expresselijk.

2) Het evengenoemde wijzigingsontwerp behelst ook eene strafbepaling tegen hem aan wiens schuld het bekend worden te wijten is.

Sluiten