Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het Duitsche versetzen, maar is dan ook een germanisme) lieeft voorzeker geene andere beteekenis dan liet brengen van art. 255. Over lmlpeloozen toestand zie aanteekening 3 op uat artikel.

6. Wederrechtelijk, zie deel I, bladz. 13.

7. Voor de bijkomende straf zie art. 28G.

8. Over de verjaring zie art. 71 2°.

Artikel 279.

Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan liet wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van dengene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren wordt opgelegd, indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, ol indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

1. Onttrekken, zie aanteekening 7 op art. 189 i).

De wetgever heeft de grenzen van het misdrijf ten aanzien van tien leeftijd dergenen die het object er van uitmaken zeer ruim gesteld door alle minderjarigen er in te omvatten en het misdrijf niet te beperken tot kinderen.

Kan aan de eene zijde worden toegegeven dat die grens logisch gesteld is, aan den anderen kant is er eene moeielijkheid geschapen voor de uitlegging der wet.

Kinderen beneden zekeren leeftijd kunnen geacht worden geenen eigenen wil te hebben, althans gemakkelijke werktuigen te zijn in de handen van degenen die ze aan het over hen gestelde gezag of opzicht willen onttrekken; hetzij er geweld gebezigd wordt, hetzij overreding, belofte, bedrog wordt aangewend, er is altijd eene handeling van den dader, die het materieele deel van het misdrijf oplevert. Anders echter is het met minderjarigen die voor zich zeiven kunnen

') Zie ook de bestrijding van het daar aangehaalde arrest van 2 November 1903 door de Josselin de Jong in Tijdschrift voor strafrecht XVI, bladz. 323.

Sluiten