Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De omstandigheden moeten echter natuurlijk van dien aard zijn dat de zwangerschap een geheim is nl. in de opvatting der vrouw. Het doet weder niet af of een ander er mede bekend is, mits maar de vrouw gelooft dat haar toestand geheim is. Zij moet meenen door het dooden van het kind de geboorte geheim te kunnen houden zoo al niet voor iedereen dan toch voor de groote menigte of zelfs voor bepaalde personen. Dat enkelen met den toestand bekend waren neemt niet weg dat die in het algemeen niet bekend is; zoo zal dus ook het dooden van het kind lichter strafbaar kunnen zijn al kan de geboorte voor enkele personen niet verheeld blijven.

Aan de andere zijde kan de vrouw onder den invloed zijn van de vrees voor het bekend worden van de geboorte bij bepaalde personen, die haar bijv. bedreigd hebben voor het geval dat zij moeder mocht worden, terwijl overigens liet voorkomen van de ontdekking in liet algemeen geen belang voor haar zou hebben; dan trouwens brengt het belang van geheimhouding voor enkelen van zelf dat van geheimhouding in het algemeen mede. De wet is hier zeer algemeen, en sluit geen enkel geval op grond van de oorzaak der vrees uit.

2. De strafverlichting is in de tweede plaats beperkt door den tijd waarin het feit gepleegd wordt; de wet zegt: bij of kort na de geboorte.

In den regel zal de doodslag na de geboorte gepleegd worden; de wetgever heeft vermoedelijk hoofdzakelijk zoo niet uitsluitend om quaesties af te snijden over hetgeen rechtens is wanneer gedurende de geboorte het leven ontnomen wordt ook van bij de geboorte gesproken.

De vraag waar de grens ligt tusschen vrucht en kind is op verschillende wijzen beantwoord. In het algemeen zou wetenschappelijk die grens wel moeten liggen in den overgang van het foetale in het zelfstandige leven1). Voor de toepassing van de strafwet is hiertegen echter bezwaar, niet zoozeer wanneer het geldt art. 290 en 291 als met betrekking tot art. 295. Daar wordt strafbaar gesteld de vrouw die opzettelijk den dood van hare vrucht veroorzaakt. Blijkens de plaatsing van het woord opzettelijk moet de vrouw weten dat zij hare vrucht doodt en niet haar kind. Nu ligt het voor de hand dat de vrouw die tijdens de geboorte geweld pleegt op een reeds grijpbaar lichaam niet meer denkt aan hare vrucht maar aan haar kind, niet meer poging aanwendt om de regelmatige geboorte te voorkomen maar om hetgeen zij reeds tasten kan, dat zij dus voor geboren houdt, te vernietigen.

. 1) Zie de daaromtrent bestaande opvattingen bij T. Iv. Dorama, Het dooden van een kind en van de vrucht eener vrouw, academisch proefschrift, Amsterdam 1891.

Sluiten