Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan zij moesten dienen niet onder de werking van vrees voor eene aanstaande bevalling genomen is.

7. Het eigenlijke misdrijf is hier ook doodslag. Daaruit volgt niet alleen dat, wanneer kindermoord is telastgelegd, bij gebreke van bewijs van een vooraf opgevat besluit wegens kinderdoodslag veroordeeld kan worden maar ook dat het openbaar ministerie volstaan kan met eenvoudig doodslag te last te leggen en op het nadere onderzoek kan laten aankomen of er kinderdoodslag, resp. kindermoord is gepleegd i).

Voor de bijkomende straf is daarom art. 299 ook hier toepasselijk. Artikel 292.

Do in de artikelen k290 en 2M omschreven misdrijven worden ten aanzien van anderen, die er aan deelnemen, als doodslag of als moord aangemerkt.

1. De deelneming van anderen dan de moeder aan kinderdoodslag of kindermoord valt buiten de verlichte strafbepalingen der vorige artikelen en wordt aangemerkt als doodslag.

Onder deelneming moet hier verstaan worden al wat in art. 47 en 48 als zoodanig gequalificeerd wordt.

Hij die deelneemt aan kindermoord zal echter daarom alleen niet wegens deelneming aan moord gestraft kunnen worden; daarvoor is noodig dat te zijnen aanzien de voorbedachte raad bewezen wordt die voor kindermoord niet wordt vereischt; zie aanteekening 5 op art. 290 en 291.

2. Is de deelnemer de vader van het kind dan is artikel 30 2> op hem toepasselijk.

Artikel 293.

Hij die een ander op zijn uitdrukkelijk en ernstig verlangen van liet leven berooft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

1. Dit artikel en het volgende berusten niet op de bescherming

') Vgl. Hooge Raad 13 Januari 1896, Wbl. 6757, P. v. J. 1896, no. 9.

Sluiten