Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overigens was reeds bij de behandeling van art. 254 (zie aanteekening 1 op dat artikel) het ware karakter van mishandeling als misdrijf in het licht gesteld, een karakter dat — daargelaten het verschil van motieven voor de strafbaarstelling — mishandeling van dieren met die van mensehen gemeen heeft: de handeling moet doel, niet middel zijn, de dader moet het veroorzaken van pijn of letsel uitsluitend gewild hebben, niet daarin het middel tot tucht, tot het afdwingen van eene verplichte gehoorzaamheid, tot beleediging hebben gezien.

Dit werd ook uitdrukkelijk door den Minister geconstateerd toen bij de beraadslagingen over art. 300 de meening werd uitgesproken dat hij aan hetzelfde woord verschillende beteekenissen zou hebben gehecht naar gelang de mishandeling op menschen of op dieren wordt gepleegd.

De Minister verklaarde dat naar zijn oordeel de beteekenis van het woord mishandeling in de artikelen 254 en 300 beheerscht wordt door dezelfde gedachte „dat het niet voldoende is dat men opzettelijk leed doet maar daarenboven een vereischte dat dit leed doel was'. Hij erkende daarbij enkel een verschil van graad; daarom komt mij min juist voor de meening van het lid der Commissie van Rapporteurs, mr. Patijn, «lat volgens de uitlegging van den Minister liet „opzettelijk leed doen daar waar het menschen en geen dieren geldt niet in geheel denzelfden zin zal moeten worden begrepen als waar van dierenmishandeling sprake is".

2. Het middel kan intusschen het doel voorbijstreven, in de mate waarin het aangewend wordt niet noodzakelijk zijn. In dat geval ontstaat de vraag of het niet geheel of in zijn exces het gevolg is van drift, wraakzucht, wreedheid; bij bevestigende beantwoording van die vraag kan de daad het karakter van mishandeling hernemen als blijkbaar het toebrengen van pijn of letsel uitsluitend bedoelende.

3. Mishandeling bestaat alzoo materieel in het toebrengen van lichaamspijn of lichamelijk letsel 1).

Dat er pijn of letsel is dient dus in de eerste plaats vast te staan: zie aanteekening 1 op art. 82.

Hun bestaan is niet een gevolg van mishandeling, dat in art. 300 niet genoemd en daarom niet vereischt is -), maar een element van

1} In het wijziging-ontwerp van den Minister Cort van der Linden (1900) .vordt het feit zóó omschreven.

2) Zooals het Gerechtshof te Leeuwarden op 4 November 1886 besliste; zie Pols c.8. aanteekening 4 op art. 300 j eveneens Rechtbank Amsterdam 11 Mei 1900, P. v. J. 1901, no. 5.

Sluiten