Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeene rechtsbewustzijn niet het karakter van diefstal heeft; zie aanteekeuing 1 op art. 314.

Onder goed zal voorts in het algemeen alleen iets lichamelijks \eistaan kunnen worden. Zoo is er bij het afleiden van eens anders electrischen stroom, het verbinden van eene ruimte aan eens anders heete-luchtverwarming geen wegnemen van eens anders goed, maai gebruik maken van de gevolgen van eens anders arbeid i).

Dat voor diefstal vatbaar goed slechts dat is wat eenige oeconomische waarde heeft kan aan de Rechtbank te Arnhem2) worden toegegeven. Maar er laat zich nauwelijks goed denken dat zoodanige waarde niet heeft. Men kan geene grens trekken tusschen aanzienlijke en geringe waarde; onjuist komt mij daarom vóór de beslissing dat wegnemen van rekeningen, nog niet in handen van den schuldenaal zijnde, geen diefstal zou kunnen opleveren; rekeningen hebben altijd nog eenige waarde, hoe gering ook, als papier, daargelaten dat zij onder sommige omstandigheden waarde kunnen hebben als bewijsstukken ook in andere handen dan die van den schuldenaar.

5. De omschrijving van het voorwerp laat toe dat diefstal gepleegd wordt aan goed voor een onverdeeld aandeel den dader toebehoorende; is het voorwerp van gemeenschappelijken eigendom verdeeld dan kan het aandeel van den dader zeiven natuurlijk door hem niet gestolen worden.

Om gestolen te kunnen worden mag het voorwerp niet zijn in het bezit van den dader, het misdrijf zou andei's verduistering zijn.

6. Vermits het goed aan iemand moet toebehooren is diefstal van res nullius en res derelictae uitgesloten. Of eene zaak eenen eigenaai heeft (nog heeft) dan wel als niet toegeëigend of als verlaten beschouwd moet worden, is eene vraag die naar omstandigheden in concieto beantwoord moet worden. De beantwoording berust altijd op beschouwingen van het burgerlijk recht over de verkrijging en het veilies van eigendom zonder overgang 3).

Eenige moeielijkheid is altijd verbonden aan de beslissing omtient

1) Zie over diefstal van electriciteit Wbl. 7808 en 7810, Berichten en mededeelingen.

In het wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der Linden (1J00) won t ook als schuldig aan diefstal genoemd hij die eenige kracht waarover een ander rechtmatig te beschikken heeft, aan diens beschikking onltrekt met het oogmerk zich daarvan wederrechtelijk meester te maken.

2) Vonnis van 26 Februari 1901, Wbl. 7602.

3) Zie over diefstal van mosselen die zich hebben vastgezet Hooge Raad (i October 1902, Wbl. 7811, 1'. v. J. 1902, no. 189.

Sluiten