Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer iemand, aan het eene einde eener stad wonende, zijn huis verlaat om aan het andere einde bij een ongeval zijne hulp te bieden of er bij te gaan zien, dan is de dief die hiervan gebruik maakt niet meer strafwaardig dan wanneer hij den bewoner op reis had zien gaan. De diefstal ter gelegenheid van een ongeval zal dus slechts gepleegd kunnen worden daar waar de ontsteltenis en de verwarring zich doen gevoelen of het gewone toezicht op de eigendommen noodzakelijkerwijze is opgeheven i).

Onder spoorwegongeval kan niet anders begrepen worden dan een ongeval bij hetgeen gewoonlijk onder spoorwegverkeer wordt verstaan. Spoorweg moge op zich zelf meer zijn dan een weg waarop eigenlijk gezegde spoortreinen zich bewegen (zie aanteekening 5 op art. 16-4), spoorwegongeval heeft eene meer technische beteekenis die ook vooral hier zich doet gelden, waar sprake is van ernstige ongevallen, onder welke bijv. het omvallen van eenen wagen van eene paardentram niet te brengen is. Om dezelfde reden zou ik daarentegen een ongeval met eene stoomtram tot de spoorwegongevallen willen brengen-').

Over oproer en muiterij zie aanteekening 10 op art. 102; muiterij is hier niet gelijk bij dat artikel beperkt tot die onder het krijgsvolk, ook die van schepelingen (art. 396) valt onder de bepaling.

Oorlogsnood is in het verband waarin liet woord hier voorkomt de verwarring, de opheffing der rechtszekerheid door den oorlog, dus het gevolg niet slechts van het bestaan van eenen oorlog (zie aanteekening 5 op art. 87) maar in het bijzonder van het woeden Aan

den krijg ter plaatse.

In de Tweede Ivamer werd voorgesteld de specificatie in het artikel te vervangen door de algemeene uitdrukking: openbare rampen3). Ofschoon deze in hoofdzaak wel de bedoeling weergeeft, werd zij toch niet aangenomen omdat de ramp niet openbaar behoeft te zijn, en bijv. een binnenbrand door de huisgenooten gebluscht er niet onder zou vallen, terwijl hij toch, zij het in beperkte mate, de verwarring oplevert die hier in aanmerking komt.

3. Over den voor de nachtrust bestemden tijd zie aanteekening 11 op art. 138; woning en erf, aanteekening 15; besloten erf, aanteekening 18 aldaar.

Woning zal ook hier, al is er niet bepaald sprake van schending

1) A. E. O. de Casembroot, Artikel 318 Wetboek van strafrecht, academisch proefschrift, Leiden 1887 , bladz. 28.

2) Vgl. de Casembroot t. a. p. bladz. 29.

3) Smidt II, eerst druk 477 en 478, tweede druk 501 en 502.

Sluiten