Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdient zonder dat daaruit eenige gevolgtrekking voor het aantal mag worden gemaakt.

8. Nieuw is in onze wet de vermelding van het samenweefsel van verdichtsels, bedrog enkel door leugens, door de praktijk noodzakelijk geblekene aanvulling van de listige kunstgrepen, naast deze staande wat strekking en uitwerking, tegenover haar wat den vorm betreft.

Niet zonder verzet is deze uitbreiding in de wet gekomen. De Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer was van oordeel dat — buiten het aannemen van eenen valschen naam of eene valsche hoedanigheid — onwaarheden alleen eenen nadenkenden mensch niet kunnen bedriegen en dat een tweede leugen op zich zelf den eersten niet waarschijnlijk maakt. Hieromtrent werd door den Minister van justitie aangemerkt dat niet eene opeenstapeling van leugens voldoende is, maar dat de ervaring heeft geleerd dat de eene leugen met den anderen op zoo listige wijze kan worden samengeweven, dat zij elkander wederkeerig eenen bedriegelijken schijn van waarheid geven!).

Daarom is ook het woord samenweefsel zeer eigenaardig gekozen: de leugens moeten als het ware dooreengeweven worden zóó dat zij een ondoorzichtig geheel vormen.

Niet altijd is dit vereischte in de praktijk in het oog gehouden; in het geval bijv. waarin eene vrouw valschelijk mededeelde dat haar man en haar kind tot het ondergaan van operatiën op reis moesten, dat zij arm was en moeder van zes kinderen, en meer zulke voorgevens bezigde waarvan het eene het andere geenszins waarschijnlijk maakte -), zoekt men te vergeefs naar een samenweefsel.

9. Evenals aannemen van eenen valschen naam of eene valsche hoedanigheid ook bestaat wanneer iemand gebruik maakt van den naam hem door een ander in dwaling gegeven of de hoedanigheid hem toegekend, zal het gebruik maken van de omstandigheid dat een ander eene onjuiste meening heeft opgevat, door het versterken van dien waan door listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels zoodat de afgifte enz. daarvan het gevolg is, evenzeer oplichting opleveren. Iemand bewegen tot afgifte bestaat toch niet alleen door het initiatief van hem die beweegt3).

1) Zie Hooge Raad 2 October 1899, Wbl. 7336, P. v. J. 1900, no. 13; 10 Juni 1902, Wbl. 7794, P. v. J. 1902, no 173.

2) Rechtbank 's Hertogenbosch 16 Juni 1891, Tijdschrift voor strafrecht VI, bladz. 494.

3) VgL Hooge Raad 19 Maart 1802, Wbl. 2307.

Sluiten