Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar hij met toestemming van den eigenaar heeft gehandeld, dus niet wederrechtelijk; de verzekeraar kan toch geen recht op het niet afbranden doen gelden.

Bij bodemerij kan de eigenaar van het verbodemde ook slechts voordeel trekken uit het vergaan van het vaartuig, indien dit minder waarde heeft dan de geschotene penningen, en dan nog slechts wanneer die penningen niet of niet ten volle ten behoeve van het goed zijn aangewend maar in des eigenaars zak gekomen. Met liet vergaan houdt toch de verplichting tot terugbetaling op. Nu geldt de bodemerij wel is waar slechts ten beloope van de waarde van het verbodemde en houdt de geldschieter voor het overige eene persoonlijke vordering tot terugbetaling, maar ook hier komt het er evenals bij verzekering op aan dat do geldschieter veelal niet zal kunnen bewijzen dat de waarde van het verbodemde geringer was dan het bedrag der penningen, zoodat ook de persoonlijke vordering hein niet zal baton.

De beoogde bevoordeeling moet tevens strekken ten nadeele van den verzekeraar of den wettigen houder van eenen bodemerij brief. Dit was in het ontwerp niet uitgedrukt. De Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer maakte de opmerking dat nu elke brandstichting in een verzekerd goed met oogmerk tot wederrechtelijke bevoordecling van den dader of een ander onder het artikel viel, dus b.v. ook die waarbij het te doen was om een voordeel voor concurrenten, terwijl tocli blijkbaar de bedoeling was strafbaar te stellen wat geschiedt in verband met te hooge verzekering of bodemerij. Tevens wenschte men, daar toch ook wel tegen ontploffing verzekerd wordt, ook het teweegbrengen van ontploffing strafbaar gesteld te zien; deze bijvoeging werd echter m. i. door art. 292 Wetboek van koophandel overtollig gemaakt.

Overigens is bij de ten gevolge der eerste opmerking in het artikel gemaakte verbetering niet nauwkeurig te werk gegaan. Eenigszins vreemd toch is de brandstichting in verband gebracht met de benadeeling van den houder van eenen bodeinerijbrief; strafbaar is immers o. a. het stichten van brand in eenig tegen brandgevaar verzekerd goed ten nadeele van dien houder; toegepast op een vaartuig, zou dit medebrengen strafbaarheid alleen in geval het vaartuig tegen brandgevaar verzekerd is. Het feit valt trouwens als vernieling ook onder het tweede gedeelte van het artikel, doch alleen waneeer het een vaartuig betreft. Vernieling van de lading is hier niet strafbaar gesteld ook al is die lading verbodemd, brandstichting in het bijzonder alleen wanneer de lading tegen brandgevaar verzekerd is. Wanneer nu de lading tot de volle waarde verbodemd is kan het geval niet voorkomen daar volgens art. 599 Wetboek van koophandel zulk eene lading in het geheel niet verzekerd kan worden. En hier helpt ook het tweede

Sluiten