Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet goed ook aanneemt, in de levering genoegen neemt; elke bezorging , elke terhandstelling is levering; art. GG7 Burgerlijk wetboek.

Ook vrees of vermoeden bij den kooper dat hij bedrogen zal worden en maatregelen tegen eventueel bedrog beletten het misdrijf niet 1).

Wanneer zal er dan poging zijn? Poging tot bedrog bij voltooide levering is onbestaanbaar. Zij zal dus bestaan in poging tot levering 2).

Poging begint alzoo met de eerste handeling waaruit de levering moet volgen, het afgeven ter bezorging, het verzenden, en zij eindigt zoodra ter beschikking of in het bezit van den kooper gesteld wordt.

2. In het eerste nummer wordt een scherp begrensd misdrijf strafbaar gesteld, het in de plaats van een bepaald aangegeven voorwerp iets anders stellen, bedrog dus in de identiteit. Daaronder valt niet het leveren van het eene exemplaar voor het andere, wanneer de voorwerpen alle gelijk zijn. Wie in eenen winkel een boek koopt, en daartoe een bepaald exemplaar in handen heeft gehad, kan niet zeggen bedrogen te zijn indien hem niet juist dat exemplaar geleverd wordt, het geleverde voorwerp moet iets anders, d. i. in wezen iets anders zijn dan het gekochte.

Of het geleverde grootere of kleinere waarde heeft dan het gekochte doet op zich zelf niet af; alleen zal bij levering van iets van grootere waarde maar van dezelfde soort veelal inoeielijk het bedriegelijke van de handeling bewezen kunnen worden. De verkooper moet hebben willen bedriegen; vindt nu bevoordeeling in stede van benadeeling plaats dan zal dikwijls eene andere reden dan het willen van bedrog de daad bepaald hebben.

3. Bedrog in de levering door den verkooper aan den kooper onderstelt eene overeenkomst van koop en verkoop, en uitvoering daarvan. Op grond hiervan werd als niet strafbaar naar art. 329 beschouwd de daad van eenen winkelier aan wien per brief manufacturen werden besteld en die aan den besteller tegen rembours

!) Hooge Raad 28 Januari 1901, Wbl. 7559, P. v. J. 1901, no. 28, vgl Wbl. 7522.

2) Men versta dus Polenaar en Heemskerk niet verkeerd wanneer zij in aanteekening 3 ten opzichte van het sub 2° genoemde feit het artikel willen lezen alsof er stond: de verkooper die goederen, welke in hoedanigheid enz. van de volgens de overeenkomst verwachte verschillen, door den kooper doet accepteeren.

Blijkens hunne uitspraak dat er poging is wanneer het bedrog uitkomt voordat de levering heeft plaats gevonden, bedoelen zij niet doen accepteeren niet doen goedkeuren van de levering, maar het goed aan den kooper overleveren.

Sluiten