Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn nu de bedriegelijke handelingen ten aanzien van materialen voor oorlogswerken gelijkgesteld.

2. Zie voor bedriegelijke handeling, en voor het verband tusschen de bedriegelijke handeling en de levering aanteekening 2 op art. 105, die ook toepassing vindt bij de uitvoering van een werk.

3. De strafbaarheid is hier verbonden aan de omstandigheid dat ten ge\ olge van de bedriegelijke handeling de veiligheid van personen of goederen, of de veiligheid van den staat in tijd van oorlog, kan worden in gevaar gebracht. Bij art. 105 is noch het bestaan van gevaar noch de mogelijkheid daarvan bepaaldelijk tot een element van het misdrijf gemaakt, het eene of het andere wordt wegens den tijd van oorlog geacht altijd te bestaan; hier wordt gevorderd niet dat het gevaar reeds aanwezig is maar dat het ontstaan kan. Do Minister wilde daardoor de bedriegelijke handeling treffen ook voordat zij nog eenig gevaar opleverend gevolg heeft.

Dat het gevaar voorzien of bedoeld is wordt niet gevorderd; de wet eischt slechts dat het uit de handeling kan ontstaan.

Zie over de beteekenis van gevaar aanteekening 7 op art. 157, over tijd van oorlog aanteekening 2—4 op art. 87. Onder de veiligheid \an goederen is ook begrepen de veiligheid van het werk zelf voor \ernietiging door eigen gebrek, ontstaan uit de bedriegelijke handeling; de wet onderscheidt niet.

De veiligheid van den staat is daarenboven betrokken bij de bruikbaarheid \an het werk, ook al loopt het werk zelf geen gevaar voor beschadiging of vernietiging en wordt de veiligheid van andere goederen of van personen niet bedreigd; zij hangt toch af van de beantwoording van het werk aan zijne bestemming i).

4. De strafbaarheid wordt bij dit artikel in tegenstelling tot art. 105 en 332 beperkt tot den aannemer of den bouwmeester van het werk en den verkooper der bouwmaterialen; feiten gepleegd door werklieden of andere ondergeschikten komen dus niet in aanmerking en zijn slechts strafbaar \oor zoover zij onder eene andere bepaling, hetzij van titel 7 \an dit Boek, hetzij van de overige bedrog-artikelen gebracht kunnen worden.

De bedriegelijke handelingen van onderaannemers van een gedeelte van het werk of een deel der leverantie zijn niet uitgesloten. Uit de

Zie Gerechtshof Leeuwarden 28 Februari 188!), Tijdschrift voor strafrecht V, bladz. 541.

Sluiten