Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van gewijsde lieeft gekregen? Deze vraag werd door de Rechtbank te Almelo bevestigend beantwoord enkel op grond van de woorden der Memorie van toelichting, dat de feiten strafbaar zijn zoodra het vonnis van faillietverklaring is uitgesproken l).

Het komt mij vóór dat hier ten onrechte een beroep op de Memorie van toelichting is gedaan; de aangehaalde woorden komen er in vóór, maar de vraag wordt er niet in behandeld. Er wordt toch slechts gesproken van de omstandigheid die een feit strafbaar maakt. „Het ,.regterJijk geconstateerde ophouden van betaling behoeft echter eerst „aanwezig te zijn op het tijdstip van vervolging, niet op dat van het „plegen der feiten, die strafbaar worden zoodra het vonnis van faillietverklaring of van toelating tot boedelafstand is uitgesproken. Dit is „op zich zelf duidelijk en wordt buiten allen twijfel gesteld door het „bezigen van den verleden tijd bij de opnoeming van al de handelingen die aan de rechterlijke tusschenkoinst moeten of kunnen voorafgaan"

Voor zoover ter beantwoording van de gestelde vraag uit deze woorden een argument geput kan worden moet het zwaartepunt toch zeker in den aanhef worden gezocht: het ophouden van betalen nu is eerst gerechtelijk geconstateerd door een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

Het zou trouwens zonderling zijn dat iemand tijdens er verzet gedaan was tegen zijne faillietverklaring veroordeeld zou kunnen worden omdat hij buitensporige verteringen had gemaakt terwijl daarna werd uitgemaakt dat niemand met zijne verteringen iets te maken had omdat hij niet heeft opgehouden te betalen.

Overigens heeft de faillietverklaring voorloopig uitwerking tot dat nader over hare juistheid is beslist. Dit brengt mede dat de gefailleerde aanstonds reeds heeft te voldoen aan de verplichtingen die het faillissement oplegt. Hij heeft dus o. a. zijne boeken te voorschijn te brengen. Doet hij dit niet dan maakt hij zich — ondersteld dat de faillietverklaring niet wordt vernietigd — strafbaar, evenzeer als het faillissement hem strafbaar maakt wegens sommige voorafgegane handelingen.

6. Ofschoon het opschrift van den titel luidt: Benadeeling van schuldeischers of rechthebbenden3), is de benadeeling geen element

1) Vonnis van 17 November 1891, Wbl. 0122, P. v. J. 1891, no. 101.

2) Smult III, eerste druk 7, tweede druk 2.

3) Het woord rechthebbenden klinkt zeer zonderling waar het gebezigd is zonder eenige bepaling. Ken rechthebbende zonder meer is iemand die niet rechteloos is.

Sluiten